Blog Ilse

Het glooiende landschap is vol kleur. Het frisgroene gras steekt scherp af bij de kleur van de naaldbomen, die met hun donkergroene jassen schouder aan schouder staan. De omgeploegde stukken land zijn cacaobruin als chocoladedekens. In de loofbomen kleuren bladeren okergeel of vuurrood, als de vrolijke folie van zuurtjes.

Omdat we een aantal jaar de grens niet over zijn geweest vergapen manlief, zoonlief en ikzelf ons aan de ruimte. Hoe eindeloos ver we kunnen kijken over de toppen van het Duitse heuvellandschap. En hoe klein het menselijke leven in de dalen wordt. De auto’s lijken wel mieren, zegt mijn zoon. Het is prettig om van bovenaf naar dat gemier te kijken. Het miniatuurleven ziet er onschuldig en overzichtelijk uit. Als een kindertekening.

Het vroor hier al een beetje. We steken iedere dag in ons vakantiehuisje de haard aan. De verwarming die niet te reguleren is en daardoor alleen maar tropisch heet wordt laten we uit. Bij het vuur verslinden we een verhalenbundel. In één van de verhalen probeert een prins een kasteel te bereiken. Hij ziet het kasteel steeds liggen maar het lijkt onmogelijk er te komen.

Op een ochtend gaan we wandelen, de kronkelpaden in het herfstkleurenpalet lonken. Mijn vriend duwt me gestaag voort, mezelf omhoog rollen mislukte. Ons kind rent voor ons uit en steekt een weiland over. Hij beklimt een houten vogeltoren. Mijn vriend spurt hem achterna, vanuit mijn zitplek tuur ik naar de twee poppetjes die uitkijken over de bossen. Ze zwaaien naar me, ik zwaai terug. Er passeren twee oudere dames met een rode blos en een fikse tred, ze knikken vriendelijk en kijken vertederd naar het galopperende jongetje op de heuvel bij de toren.

Zo snel als de wind is het kind alweer meters bij de toren vandaan. We vervolgen het pad. Mijn vriend ploegt voort, het zweet staat inmiddels op zijn voorhoofd. Ik doe niks, ik zit. Er waaien herinneringen door mijn lijf. Het ritmische marcheren van mijn voeten, stap na stap, door en door, de druppel aan mijn neus, rode wangen en een zweetplek op mijn rug onder mijn rugzak.

We gaan van het pad af, in de verte ligt een ruïne. Als ik zelf achter mijn rolstoel probeer te lopen krijgt ik te veel vaart, ik val. Vanaf het onverharde pad, mijn broek bruin van het zand zie ik in de verte mijn zoontje verdwijnen achter de resten van een Romeinse tempel. Nu ben ik zelf de prins die maar niet bij het kasteel kan komen. Aan het einde van dat verhaal geeft een heks de prins een wijze raad: Je kunt je pogingen maar het beste staken, dat is de enige mogelijkheid om bij het kasteel te komen.

Mijn vriend mag me verder duwen over het hobbelpad, op weg naar de brokken geschiedenis in dit Duitse landschap. Van bovenaf gezien zijn wij drie mieren die zich voortbewegen op deze aardbol.

Foto: Maxim Wermuth

Nog meer Ilse? blog-ilse

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.