Herfst

‘Toe maar, herfst, laat maar van je horen’, denk ik, terwijl mijn haren in natte slierten aan mijn gezicht vastplakken. Het begint steeds harder te gieten. Iemand rent voorbij; alsof je door te rennen minder nat wordt in zo’n stortbui. Eerder thuis, dát ben je wel. Zelf ben ik niet onderweg naar huis. Ik moet bloed laten prikken, een goede reden om de deur uit te gaan en zo aan de eerste muffe verwarmingswarmte in de huiskamer te ontsnappen.

Het waait onheilspellend, wat dit hele tafereel nog completer maakt. Dramatisch schieten blaadjes alle kanten op, een eikel wordt op mijn neus gesmeten. Dan begint het ook nog te donderen. Wat is die herfst aan het overdrijven zeg! ‘Schmieren’ noem je dat in de theaterwereld, alles net wat meer aandikken dan nodig is. Daar heeft iedereen wel eens behoefte aan. Ik passeer een man in een scootmobiel; hij probeert de regen zonder succes te bedwingen met een pluutje.

Als ik zit na te druppelen in de wachtkamer komt warempel de man van de scootmobiel binnengestrompeld. Zijn broek is opgesplitst in een droog beige deel aan de achterkant en aan de voorkant een donker deel, alsof het aarde is die zich net heeft volgezogen met water. Zou hij mij ook gezien hebben onderweg? Dat is toch prachtig dat we samen door dit zeiknatte filmdecor onderweg waren naar dezelfde locatie! Man in scootmobiel en vrouw op fiets passeren elkaar in noodweer om elkaar vervolgens te ontmoeten in een wachtruimte, alwaar ze beiden bloed zullen laten prikken.

Hij bromt over een nummertje dat hij niet kan trekken en dat hij nu niet weet wanneer hij aan de beurt is. Ik mompel terug dat het wel goed zal komen aangezien we de enige twee mensen in de ruimte zijn; dan kom je vanzelf aan de beurt. Dan ziet hij een poster hangen waar hij leest over online een afspraak maken vanaf augustus 2020.

‘Nou, als zíj moeilijk gaan doen, dan kan ík dat ook!’, snauwt hij vinnig. De man lijkt wat wereldvreemd en verbaasd over het coronabeleid dat hier geldt. Ik besluit hem niets te vertellen over het filmische beeld van ons samen buiten in de storm, dat zou mij wellicht ook wat wereldvreemd maken.

Tijdens het prikken hoor ik de bomen waaien. Het is alsof ik de herfst mee naar binnen heb genomen, maar het komt gewoon doordat het raam openstaat.

Op de terugweg schijnt de zon en waaien de druppels van mijn jas af. Mijn broek leg ik binnen dankbaar op de muffe verwarming te drogen.

Zou de man van de scootmobiel al thuis zijn? Hij was een mopperkont maar ook gewoon een man met een natte broek.

Ilse

Fotografie: Maxim Wermuth

Dit bericht heeft 4 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *