Blog Ilse

Als ik mijn zoon naar school heb gebracht, zet ik koffie. Vanaf de bank bekijk ik met mijn dampende zwarte goud de werelden die in de vroege ochtend zijn ontstaan. De bosdieren zijn bij elkaar gezet en er is een landschap met vulkanen en een meteoriet.

Straks ga ik weer naar het schoolplein terug om het ventje op te halen. Dan rent hij altijd op me af met al zijn spullen onder zijn armen. Plompverloren drukt hij zijn rugzak, jas en regenlaarzen dan in mijn handen om vervolgens zijn route nog eens terug te rennen. Dan raapt-ie de spullen bij elkaar die hij onderweg verloren was. Een handschoen en een opgerolde tekening.

We zullen elkaar knuffelen en dan ruik ik in zijn haar de geur van gymzaal, boterham met pindakaas en regen. Ik zal hem helpen met zijn jas, hij zal nog even de zandbak in springen en dan laten we de schoolwereld achter ons.

Als ik hem thuisbreng zeg ik bij de voordeur: ‘Zo meneer, wat woont u hier prachtig! Nog even betalen voor de rit en dan wens ik u verder een prettige dag.’ Waarna hij zal roepen: ‘U WOONT HIER ZELF OOK.’

Als we dan aan tafel zitten met limonade en een koek, vertelt hij waarom hij een schram op zijn gezicht heeft. En dat hij even verdrietig was geweest en een washandje had gekregen om tegen zijn wang te houden. Dan vraagt hij: ‘Mama, achter de wereld zit het verleden, toch?’

Hij zal gaan spelen, opgaan in zijn fantasie en na een tijdje vragen om wat lekkers. Dan moet hij wachten tot het avondeten en als we dan met z’n drieën aan tafel zitten, is zijn bord binnen mum van tijd leeg. Hij lepelt zonder te kijken alles naar binnen en klokt er ook nog een glas water achteraan. Hij zal dan trots zeggen dat hij alles heeft opgeschrokt als een dier. Toetje, kwartetten en dan naar bed.

Boven op zijn kamer kijken we naar elkaar door de mouw van zijn trui. Of door een kokertje dat we maken van onze handen. Dan zien we elkaars ogen in de verte glimmen en voelen we elkaars adem in ons gezicht. En dan fluisteren we verbaasd: ‘Goh, was jij hier ook?’ We lezen een verhaal en daarna zal hij weer vele uren slapen, met onder zijn armen een grote knuffel: de hond, de haai of de eland. Daar ligt hij dan, boven in ons huis onder het schuine dak. De regen zal tegen zijn dakraam tikken.

En als ik dan zelf ga slapen bestaat de kans dat ik precies om 22:22 op de klok kijk. Iedere week gebeurt dat en als ik geluk heb zelfs meerdere malen. Dan wacht ik zoals altijd tot de 22 naar 23 verspringt om daarna weg te zakken, eerst in het matras en daarna in niets.

Buiten in het niets regent en waait het. Er zullen groepen vogels overvliegen met als reisbestemming een zuidelijker oord. Vliegtuigen zullen strakke lijnen trekken door het sterrenlandschap. En de maan zal zijn best doen om de donkere straten en ook ons huis te verlichten. Zo zal het gaan.

Ilse

Fotografie:  Maxim Wermuth

Dit bericht heeft 4 reacties

  1. prachtig poëtisch geschreven Ilse en het brengt herinneringen aan de tijd met mijn kinderen. Hoe je in een wereld, beperkt door corona en door je MS wellicht, ook gewoon een gelukkig leven van dag tot dag kunt ervaren.
    Hoe schoonheid troost.
    Dankjewel, hartelijke groeten, Marja

  2. Bedankt voor de aanmoediging Yvette en Marja je verwoord precies wat mijn insteek was voor deze tekst. Dank voor jullie reacties! Ilse.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *