Column Marja Morskieft:

Ik heb al een dikke week geen stem. Geen geluid komt eruit. Een keelontsteking, het natte weer, de krokodillenliedjes die ik met schorre stem zong krijgen de schuld. Absolute stemrust, zegt de logopedist. Zelfs niet fluisteren, maant de huisarts. Lekker rustig is het nu in huis.

stilIk heb tijd om na te denken, muziek te luisteren en te ervaren hoe het is als je je diepste gedachten slechts door middel van boodschappenbriefjes kunt delen.

In de winkel wijs ik op mijn keel, lach zwakzinnig en maak met primitieve gebarentaal duidelijk wat ik wil. Op de een of andere manier is dat blijkbaar grappig: iedereen lacht me uit. Ik kan niet eens vilein terugbijten: ‘kijk in de spiegel naar  je eigen lelijke smoel’ (het is hier carnaval). Dat denk ik soms, niets menselijks is mij vreemd en gelukkig kan ik het nu niet zeggen.

Niemand luistert

Maar eenzaam is het wel, niet kunnen praten. Niemand luistert naar me. Dat is een bekend gevoel. Ik groeide op in een tijd van ‘kinderen die vragen worden overgeslagen’ en mijn moeder paste dat consequent toe. Als ik voor mijn verjaardag een boek vroeg kreeg ik een vleeskleurige onderrok tot over mijn knie, want dat was een garantie voor een deugdzaam leven.

Toen ik ziek werd, op een leeftijd dat je meestal de wereld bereist, een loopbaan begint, een tweeling ter wereld brengt en een boek schrijft, luisterde ook bijna niemand naar me. “Ach, zal wel overgaan, je ziet er zo goed uit! Rust maar eens goed uit, een vakantie zal je goed doen. Stel je toch niet zo aan, ben je nu nog niet uitgerust? Denk je dat anderen nooit moe zijn? Iedereen kan een gezin met kleine kinderen aan, waarom u niet? Geen bloedafwijkingen, dus u bent gezond.”

Ik was gedwongen mijn fysieke onvermogen en mijn wanhoop daarover voortdurend en in gedetailleerde beschrijvingen met jan en alleman te delen, met zich bemoeiende omstanders, familie, instituties en organisaties. Woorden te vinden die alle niet konden uitleggen en verklaren: niet lopen, niet slapen, niet voelen, niet werken. Geen hoop en vertrouwen dat het goed zou komen.

Ik deed dat op papier, in collegezalen, klaslokalen, op congressen, in de krant, op de radio. Eindeloos vertelde ik het verhaal van chronisch zieken – waaraan je niets geks ziet, nee, ze hebben alle ledematen toch – en van de obstakels die het hen, ons, moeilijk zo niet onmogelijk maakten om volwaardig mee te doen in de samenleving. Geen of slechte toegang tot werk, geld, onderwijs, openbaar vervoer, niemand die luistert, ach, het hele bekende verhaal.

Bosmarmotten

Tot ik dacht: het is genoeg geweest. Ik kan maar beter zwijgen. Wat heeft het opgeleverd? Het VN Verdrag Gelijke Rechten, zeggen de optimisten. De realist in mij hoort de persvoorlichter van het Nederlands Zorginstituut MS-patiënten die om vergoeding van een werkzaam medicijn vragen vergelijken met bosmarmotten (als in de film Groundhogday). Veel neerbuigender heb je ze niet bij de persvoorlichters.
Die bosmarmotten zitten zwijgend in hun holletje en komen pas naar buiten als het lente is.

Dat lijkt me een goed voornemen, nu mijn stem het heeft begeven.

Heerlijk stil is het in huis. Terwijl ik op plannetjes broed voor de tijd dat ik weer kan praten, overtuigen, drammen, vilein kan reageren, of zachtjes lachen.

Marja Morskieft
Maart 2019

Fotografie: Maxim Wermuth

Muziek: Het Goede Doel: Ik kan veel beter zwijgen