Het was oktober 2017 dat ik op de radio voor het eerst hoorde over ‛The American Dream‛. Het ging hier niet om het verhaal van de krantenjongen die het tot miljonair schopte, maar de tentoonstelling in het Drents museum te Assen met die titel. Er was een hoeveelheid kunst bijeen gebracht rond Amerikaans realisme vanaf 1945 tot nu.

Voor alle duidelijkheid: ik probeer echt niet interessant te gaan doen. Er is dan wel enigszins belangstelling, maar kennis over kunst is er absoluut niet. Of in ieder geval is het te verwaarlozen. Ik weet wat ik graag zie en wat niet. Aanvankelijk werd ik trouwens niet warm of koud van de aankondiging op de radio.

Op een gegeven moment werd de boodschap visueler, want er werden namen genoemd van schilders die te zien zouden zijn op de tentoonstelling. Enkelen deden mij een klein beetje opveren. Andy Warhol, Keith Haring, Edward Hopper. Gaaf! Maar ook bijvoorbeeld Andrew Wyeth, Alex Katz en Chuck Close. Wie? Toch, daar zou ik wel heen willen. Maar niets is meer vanzelfsprekend, dus ook dit plannetje werd vervolgd door een riedeltje aan vragen. Wil ik dit echt? Is het verstandig? Hoe kom ik daar? Met wie zal ik gaan?

Al snel was het mij helemaal duidelijk dat dit plan zou lukken. Enige twijfel was er betreffende wie ik als metgezel zou vragen. In eerste instantie dacht ik meteen aan mijn vader. Mijn ouders allebei misschien, maar in ieder geval mijn vader. Hij weet veel van kunst en geschiedenis. Hij kan er ook zeer smakelijk over vertellen. Plannen tot een gezamenlijk museumbezoek waren er trouwens al langer. Maar Susanna dan? Zij studeert in Groningen kunstgeschiedenis. En is het niet geweldig om met je dochter op pad te gaan? Tja, ook nu had ik weer een subvraag: wie leegt mijn urinezak, indien dit nodig is. Zij zal dit waarschijnlijk niet erg vinden. Ik wel!

Ik had mezelf overduidelijk niet goed voorbereid. Waarom zou ik trouwens ook, met een soort kunst-orakel naast mij! Ik ging met de verkeerde gedachten naar binnen. Daar zie ik dat de tentoonstelling in Assen de jaren tot aan 1965 bestrijkt en dat in het Duitse Emden de tweede helft is te zien. Een lichtelijke teleurstelling was het wel! Nauwelijks Andy en Keith gezien, maar desondanks was het een leuke dag. Door de tentoonstelling en door daar samen met mijn vader te zijn. Wat kan hij boeiend vertellen! Wat zou ik graag met hem naar Emden gaan, dacht ik nog. Die betreffende avond kwam direct de vraag hoe ik daar zou kunnen komen? Inderdaad, niets is vanzelfsprekend.

Enkele maanden en wat onderzoek later bleek ik wel degelijk met de trein naar Emden te kunnen. Dat wilde ik toch? Maar het enthousiasme was al weggeëbd. Sterker, ik was het eigenlijk al vergeten. Dit zou voor één dag een te lange reis zijn.

Enkele weken daarna gingen mijn ouders in een georganiseerde busreis naar het museum in Emden. Ik kon niet mee. Of ik mij gepasseerd voelde? Absoluut niet! Bij terugkomst hoorde ik dat het maar goed was dat ik niet naar Emden was gegaan. Het viel tegen!

Gelukkig maar!

Geert Jan

Fotografie: Ali Huisman

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *