″Nee, niet tegen mijn hoofdsteun! Mijn hoofd, of u mijn hoofd wat naar voren wil duwen, zodat ik weer met mijn kin tegen de joystick aan kan drukken.″ Allemachtig, hoe duidelijk moet ik zijn! Dat laatste blijft bij een gedachte, al zal mijn mimiek en stemvolume een irritatie verraden.  

https://msweb.nl/wp-content/uploads/2018/12/msweb-blog-geert-jan-20181228Dit voorval overkwam mij onlangs, maar zeker niet voor het eerst. Die ervaringen zouden mij ondertussen beter moeten laten weten. Achteraf, eenmaal in de stadsbus gemanoeuvreerd, is er een welgemeend schuldbesef. Natuurlijk snap ik dat iemand mij niet begrijpt. Met een ″enorm bedankt″ probeer ik wat goed te maken. Diegene die ik bij het proces betrek, buschauffeur of niet, doet ook maar zijn of haar best om die man in een rolstoel die onverwachts en enigszins in paniek een best wel rare vraag stelt.

Of mijn rolstoel kapot is, wordt er aanvankelijk nog gevraagd. De uitleg die ik zou willen geven laat ik maar achterwege. De gedachte dat ik voortaan maar niet meer in mijn eentje met de bus moet reizen, wuif ik wederom weg.

Dat ik verkramp en daardoor nauwelijks kan bewegen overkomt mij vaker als ik buiten ben, maar de vervelendste ervaringen heb ik bij de bushalte. Aan de basis hiervan ligt de combinatie van mijn kinbesturing en kou. Het grote nadeel van die joystick voor mijn kin is dat ik geen kraag kan dichtritsen of een sjaal dan dragen.

Een lekkere temperatuur buiten, het is voor mij een walhalla. Geen jas aan als ik mijn huis verlaat, dus geen hulp nodig, dus volledig onafhankelijk! Dat het de afgelopen maanden lang zomer bleef, vind ik stiekem wel prima. Natuurlijk weet ik dat er minder positief gedacht zou moeten worden over klimaatsverandering.

Hoe dan ook, ik wachtte bij de bushalte. ‘s Ochtends of ‘s avonds, het is tegenwoordig al aardig koud. Maar ik laat mij niet zomaar tegengehouden. Door eerdere ervaringen ben ik al lichtelijk gespannen. Gaat het fout of zal het mij dit keer wel lukken? Om dat wat komen gaat ten positieve te laten keren, wil ik mijzelf voorbereiden. Door flink met mijn hoofd te bewegen probeer ik mijn nek enigszins soepel te houden. Of het zal helpen, zeg het maar. Iemand die voorbij fietst hoor ik denken: duidelijk een gehandicapte!

Terugkijkend, dit was een niet te missen voorbeeld van wishful thinking. Enkele minuten voordat de bus zal arriveren word ik lichtelijk nerveus, begin ik mijzelf mentaal en lichamelijk te prepareren. Als de bus er eenmaal aankomt doe ik nog meer mijn best ontspannen te blijven. Zodra de bus stopt en de plank worden uitgegooid, gaat het toch fout. Verdorie, mijn nek verkrampt! Ik ben kansloos!

Nog voordat de bus stilstaat zie ik een passagier opveren om mij te helpen. Ik kom onderwijl niet meer naar voren, laat staan omhoog, de oprijplaat op. Nu maar hopen dat de chauffeur beseft dat ik wel degelijk mee wil. Aan degene die de plaat heeft uitgegooid en nu wacht totdat ik naar binnen ben gereden produceer ik een vraag: ″Wil jij alsjeblieft mijn hoofd naar voren duwen?″

Ik voel dat er tegen mijn hoofdsteun wordt aangeduwd. ″Nee, mijn hoofd, niet mijn hoofdsteun!″

″Oh sorry!″

Geert Jan

Fotografie: Ali Huisman

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *