′Sorry, sorry, sorry!′ Hopelijk hoort Evelien mijn verontschuldiging. Gisteren hadden we online nog even contact gehad. ′Zes uur eten? Ja, zes uur eten!′ Ze zal zich afvragen waar ik blijf. Inmiddels zou ik linea recta kunnen aanschuiven. Nee, een ″Godsamme, waar blijft die sukkel″ mag en zal ik haar maar niet in de mond leggen. Dat zal alleen maar projectie zijn, geloof ik.

https://msweb.nl/wp-content/uploads/2019/02/20190222-blog-geert-jan-privilegeDoor onze geschiedenis kan ik mij voorstellen dat zij zich heel even zorgen zal maken om mijn onverwachte afwezigheid. Al jaren mag ik om de week op de maandag ‘s avonds bij haar eten. Voor de zekerheid is er vooraf altijd even een kort contact. Ik geloof dat het mijn geheugen was die hierom vroeg. Mede hierdoor ben ik sindsdien onze afspraak slechts een keer compleet vergeten. Een paar andere keren waren er medische redenen om afwezig te zijn, maar vergat ik vanuit het ziekenhuis af te bellen. En die keer dat ik hulpeloos, scheefgezakt in mijn rolstoel zat, lukte afbellen ook niet.

Op dat moment sta ik bij een bushalte, nog geen twee kilometer verderop. Te wachten op dat wat maar niet komt. In een andere hoedanigheid was ik allang eigenhandig naar huis gegaan, maar omdat het nogal hard regent en ik met mijn rolstoel geen douchebeurt durf te trotseren blijf ik wachten. Overdekt uiteraard! Hoe laat het is, weet ik niet. Maar aangezien ik rond 16:30 bij de halte ging staan en er ondertussen al drie keer een bus 2 is langsgekomen en nada bus 1, moet het nu tegen 17:15 zijn.

Maar toen de verloren zoon dan toch eindelijk de hoek om kwam gereden, vermoedde ik ergens al dat het snel thuis zijn niet vanzelfsprekend was. Dat het wel eens druk zou kunnen zijn in de bus was tot dan toe slechts een veronderstelling. Het feit dat alle ramen van de bus beslagen waren was al een indicatie dat er zich inderdaad flink wat mensen naar binnen hadden weten te persen.

Ondanks de plensbui moest ik toch maar voor de deuren gaan staan, die meteen open werden gegooid. Er worden vijf mensen naar buiten geworpen, waarvan het van een drietal ook de bedoeling was. De andere twee worstelen zich weer naar binnen. Of ik ook mee wil, vraagt iemand. Kijkend naar de massa in de bus, besef ik dat het een retorische vraag is. Maar ergens knaagt er iets in mijn hoofd. Er is daarbinnen ergens een plaats waar rolstoelen mogen staan. Kunnen de mensen die daar staan wellicht even wat opschuiven? Zou ik deze plaats, al is het slechts in principe, mogen opeisen? Als de deuren zich weer sluiten, komt de chauffeuse nog even naar me toe: ″Sorry!″ Mijn antwoord laat zich raden.

De volgende bus had ook weer vertraging, maar er was toen zowaar ruimte voor mij. In de bus zie ik veel chagrijnige gezichten, dus openlijk mopperen doe ik maar niet. Al was het om te treiteren, twee haltes verderop blijft de bus even staan en passeren er ons drie bussen 1!

Thuis bel ik Evelien, die met het eten naar mij toe komt. Zij had mij trouwens wel een plaats aangeboden in de bus. Privilege of niet.

Geert Jan

Fotografie: Ali Huisman

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *