Blog Geert-Jan

Vergelijk het met een auto die bij het opstarten blijft zwijgen. Wat erg raar is, omdat deze het een paar minuten daarvoor nog wel deed. De emotie die daarbij komt kijken laat zich raden. Ik zou er verstandig aan doen mij hierbij niet alleen te baseren op herinneringen aan mijn eigen verleden, de tijd dat ik zelf nog een auto voor de deur had staan. Want ik liet destijds snel het koppie hangen, inclusief een zware frustratie. Verstandiger zou zijn geweest om slechts verbaasd te zijn. ″Een auto? Het is maar materie!″

blog geert jan euvel 20180309Onlangs weigerde mijn voordeur om mee te werken. Althans, vanuit mijn rolstoel kon ik hem niet meer openen. Even daarvoor lukte dit nog wel, middels het magische knopje op mijn hoofdsteun, waarachter een ingenieus systeem schuilgaat. Toegegeven, mijn reactie is niet alleen vol verbazing, maar is qua taalgebruik toch nog steeds doorspekt met enige agressie. Geheel verloren ben ik overigens niet. Het systeem, welke ik ondertussen in het geheel naar mijn hersenen toe heb weten te kopiëren, kent drie opties om de deur te openen. Een snelle en twee nogal omslachtige. Drie maal raden welke het nu dus niet meer doet.

Ondanks dat het vrijdagmiddag is en ik het vermoeden heb zo vlak voor het weekend weinig resultaat te kunnen behalen, waag ik er een telefoontje aan. Ik bel eerst naar Welzorg. Het probleem zit immers ergens in de rolstoel, toch? ″Nee, dan moet u het bedrijf hebben wat over de elektrische deur gaat.″ Juist, logisch eigenlijk! Mijn tweede belletje, naar bedrijf A, is wederom zinloos. ″Nee, u moet daarvoor bedrijf B hebben. Wij zijn van de liften.″ Bij bedrijf B zit ik bijna goed, maar ik moest de technische dienst spreken en daartoe een ander nummer bellen. Of ik kan worden doorverbonden? Ja hoor, dat kan ook!

Nu was ik dan wel aan het goede adres, maar ik moest toch eerst een verzoek indienen bij de woningbouwvereniging. Oja, dat is ook zo. Dit verzoek kan alleen per mail, dus het zal wel na het weekend worden. Echter, binnen een uur staat een medewerker van de technische dienst van bedrijf B in mijn woonkamer. Terwijl ik wil demonstreren wat er niet gebeurt als ik op het betreffende knopje druk, gaat mijn voordeur gewoon open. Met een bek vol tanden neem ik afscheid van de vriendelijk blijvende, technische man.

Eigenlijk was ik ook wel blij dat ik weer alleen was. Ik was ondertussen bekaf van alle inspanningen. Alleen die paar telefoontjes kosten mij overduidelijk de nodige energie. Terwijl ik aan tafel zit, wat voor me uit staar en enigszins gefrustreerd het afgelopen uur weer laat passeren, komt er een wens bovendrijven. Nu zou ik eigenlijk wel een persoonlijk assistent willen hebben. Iemand die in de meterkast woont. Ik mag al hulp ontvangen van ADL’ers, maar die moet ik delen met anderen die hier wonen. Of beter: nu zou ik eigenlijk wel willen dat ik gewoon niet ziek was.

Als ik even later wil gaan eten, daartoe assistentie aanvraag en er door hen wordt aangebeld gaat de deur weer niet open. Het euvel is dus nog steeds niet opgelost. Wie het weet mag het zeggen.

Geert Jan

Fotografie: Ali Huisman

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *