Dat niemand een program krijgt van het concert des levens moge bekend zijn. Hoewel, ik zie hen die tot de jongere generaties behoren de wenkbrauwen optrekken. Wat een oubollig gewauwel. Inderdaad, want ook al ben ik jong van geest, ik ben al bijna 50.  

https://msweb.nl/wp-content/uploads/2018/08/Concert-blog-Geert-Jan-2018

Trouwens, misschien dat deze gedateerde levenswijsheid desondanks bij menigeen nog allerlei herinneringen aanwakkert. Het kan ook nog wel eens zijn dat niet de spreuk zelf tot de verbeelding spreekt, maar dat juist het tegeltje een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten. Daar waarop de woorden in sierlijke letters waren aangebracht.

In veel huizen hing het aan de muur, misschien nog steeds. Boven de schouw, ergens in de gang, op het toilet? Thuis hadden wij niet zo’n bordje, maar bij mijn beide opa’s en oma’s wel. Op het ene adres was het inderdaad een tegeltje, bij de ander waren de woorden aan een houten plankje toevertrouwd.

Zonder heel dramatisch te willen doen, wij hebben waarschijnlijk allemaal wel eens aan het concert des levens en het ontbrekende programmaboekje gedacht. Wie had vroeger kunnen denken dat het leven zo onvoorspelbaar zou worden. Misschien ter relativering volgde daarop ook die andere wijsheid van weleer: Ieder huisje heeft zijn kruisje.

Ik was in 1999 een aantal maanden 29 jaar oud, toen ik de diagnose kreeg. Al enkele jaren liep ik met ’problemen met de coördinatie in mijn benen’ rond. Voor mij was dat net zo vaag als het nu klinkt. Op medisch gebied had ik een achtergrond wat er misschien aan ten grondslag lag. Misschien ook niet.

Toen ik 11 was kreeg ik een aneurysma, vlak achter mijn oor. Dit als gevolg van een elleboogstoot met voetballen. Toen ik even later bukte om mijn veters te strikken ging het mis. Het bleef gelukkig bij een zwakke plek. En de gevolgen? Zeg het maar. Oktober 1987 is bij mij een eerste shub ontstaan. Schijnbaar uit het niets. Op een avond voelde ik mij opvallend moe en slap in mijn linkerarm en -been. Drie dagen later lag ik in het ziekenhuis, links volledig verlamd.

Voor alle duidelijkheid, dat dit een eerste shub was hoorde ik pas 12 jaar later. Ik onderging destijds dan wel allerlei onderzoeken, verder dan een chronische ontsteking in mijn rechterhersenhelft ging de diagnose niet. Jaren later hoorde ik dat er toen wel aan MS is gedacht, maar schijnbaar durfde de neuroloog van toen niet tot een hypothese te komen. Raar? Misschien. Terugkijken met de wetenschap van nu is misschien wel oneerlijk. Maar in die tijd waren er immers ook mensen met deze ziekte. Dus waarom het bij mij niet kon worden vastgesteld?

September 1999 kwam men wel tot die diagnose. Secundair progressieve MS, omdat ik 12 jaar eerder al eens een uitval had. Misschien heb ik juist wel geluk gehad dat ik al die jaren nooit van de aanwezige MS heb geweten. Nu heb ik immers gewoon onbezorgd kunnen leven. Relatief dan, ik was niet altijd makkelijk voor mezelf. Hoe ik had geleefd als ik wist van de ziekte? Dat weet ik niet, dat kan ik niet.

Gelukkig had ik geen programma van het concert des levens.

Geert Jan

Fotografie: Ali Huisman

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *