Blessure

Enige lichaamsbeweging is sinds een decennium passé. Alleen externe krachten kunnen mijn logge lijf tot enige activiteit brengen. Bij het aan- en uitkleden moeten zorgmedewerkers dagelijks flink aan mij sjorren, terwijl bij fysiotherapie wekelijks mijn armen en benen worden doorbroken voor een betere doorbloeding. Dit gebeurt op een elektrische hometrainer, waaraan eerst mijn benen en daarna mijn armen voor 10 minuten worden verankerd.

blog-geert-jan-220513-blessureDe fysiotherapeut liet een kleine hometrainer zien, waarmee ik daadwerkelijk at home kon trainen. Voor mijn benen was de aandrijving te zwak, maar mijn armen konden daarmee dagelijks worden gepijnigd. Online besteld stond het apparaat onlangs op mijn keukentafel.

Toen een pgb-hulp mij op mijn verzoek min of meer provisorisch vastmaakte en het apparaat activeerde, was mijn aankoop voor drie seconden geweldig. Tot mijn rechterhand losschoot en de duim vermorzeld werd. Het apparaat werd diezelfde middag teruggestuurd met een zwaar gekneusde duim als dierbare herinnering. Was dit een flater of een serieuze sportblessure? Ik moest denken aan wat een blessure leek, maar dat toch niet was.

Kwam het door die basketbaltraining? Destijds heb ik mij dat werkelijk afgevraagd. Die ene dinsdagavond, najaar 1987, voelde ik immers een pijnscheut als gevolg van een rare beweging in mijn schoudergewricht. Dat moest eigenlijk wel de oorzaak zijn. Toch? Of was het misschien gewoon toeval dat ik na dat uurtje in de sporthal nauwelijks kon rennen. Mijn linkerarm en -been voelden opvallend moe en zwaar. Hoe kon ik toen het werkelijke verhaal weten?

De dagen daarna werden de betreffende ledematen steeds slapper. Die vrijdag ging ik maar eens naar de huisarts. Raar was dat het maar niet lukte om tijdens het fietsen een shagje te draaien. Ik werd doorgestuurd naar het ziekenhuis en daar zou ik een dikke twee weken blijven. Na enkele dagen was de halfzijdige verlamming compleet, maar 10 dagen later kon ik weer normaal lopend het ziekenhuis verlaten. Met een chronische ontsteking in mijn rechterhersenhelft als de oorzaak op zak. 12 jaar later werd dit als een eerste uitval door MS verklaard.

De jaren daarna heb ik volgens mij nog vaak gesport, maar nooit meer in teamverband. Waarom ik basketbal niet meer deed, weet ik niet meer. Angst? Toen ik een jaar of 26 was deed ik af en toe aan squash. Op een gegeven moment ontdekte ik dat ik bij inspanning vlekken voor mijn ogen kreeg en daardoor finaal over de bal heen maaide. Hierover begon ik mij lichtelijk zorgen te maken. Ook was ik begonnen met joggen. Had ik aanleg? Het ging mij afhankelijk makkelijk af. Maar de lol ging eraf toen ik klachten kreeg betreffende de loopcoördinatie.

Eenmaal bekend met MS heb ik mij nog gestort op de fitness in de hoop dat mijn spieren sterker zouden worden. Lulkoek natuurlijk. Ook ging ik zwemmen, want dat zou verstandig zijn. Wat was dat zwaar! Toen dat ook geen optie bleek, volgde nog een soort van doorstart met therapeutisch zwemmen. Totdat ik door de therapeut geholpen moest worden om mijn zwembroek aan en uit te doen. Voor mij was dat toen de grens.

In de ernaast gelegen fysiotherapieruimte zag ik een elektrische hometrainer staan. Daar wilde ik wel mee bewegen!

Geert Jan

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *