Medicijnfabrikant Biogen zou op de jaarlijkse conferentie van de Amerikaanse Academie voor neurologie (AAN) een presentatie houden over de stand van zaken van de ontwikkeling en het gebruik van de medicijnen van het bedrijf voor MS. Dit ging niet door vanwege de Covid. Wel is de samenvatting online gepubliceerd in MS Today.

De presentatie bestond uit 6 delen;

In het Evolve-MS-2 onderzoek werd de verdraagzaamheid in het maagdarm kanaal tussen Tecfidera (240 mg) en Vumerity (462 mg) gedurende een periode van vijf weken bij gebruikers met RR MS vergeleken. Beide medicijnen bevatten dezelfde werkzame stof maar met een andere bereiding.

De gebruikers van Vumerity meldden minder bijwerkingen en stopten minder snel met het gebruik van het middel. De tweede presentatie ging alleen over Vumerity. De mensen die aan Evolve-MS-2 meededen en Vumerity gebruikten, konden ook aan dit onderzoek meedoen. Uit het onderzoek bleek, dat men voor aanvang van het onderzoek gemiddeld 1.1 leasies had, en na een jaar gebruik van Vumerity 0.2. 96.3% van de deelnemers had geen leasies. Ook werd na 7 weken gebruik al een vermindering van het aantal leasies waargenomen.

Drie presentaties gingen over Tysabri:

In een onderzoek werd het niveau van het proteïne neurofilament light (NfL) (een marker voor de hoeveelheid schade aan neuronen) in het bloed van RRMS patiënten gemeten bij verschillende intervallen tussen injecties van Tysabri. Het is gebruikelijk Tysabri 1 maal per 4 weken te spuiten. In dit onderzoek werd het interval verlengd tot ongeveer 6 weken. Er bleek geen significant verschil in de hoeveelheid NFL.

Aanvullend onderzoek van gebruikersdata van duizenden gebruikers van Tysabri bevestigde dat vergroot interval tussen injecties vermindering van het ontwikkelen van PML tot gevolg had. Uit onderzoek naar het voorkomen van PML bij gebruik van Tysabri bleek tevens, dat deze vanaf 2016 vrijwel gelijk is gebleven: 4,14 maal op 1000 gebruikers.

De laatste presentatie ging over het voorkomen van Plegridy (peginterferon beta-1a, onder de huid injecties) in moedermelk bij 6 vrouwen, die met dit middel waren begonnen tijdens het voeden. De hoogste concentratie die men vond was 126,2 picogram (pg)/ml; gemiddelde waardes waren 56,9 pg/ml na vijf dagen en 27,4 pg/ml na 14 dagen. Ter vergelijking, in eerderen studies van het gebruik van Avonex(intramusculair interferon beta-1a ), was de hoogste gemeten waarde in moedermelk 179 pg/ml, wat overeenkwam met een kinddosering van 0,006%. Deze cijfers zijn van belang voor advisering van het gebruik van plegridy na de bevalling.

Bron: Multiple Sclerosis Today, 20 Mei 2020; vertaling: Tiety Bouma

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *