skip to Main Content

Neurobioloog pleit voor gebruik ruggenprik

Neurobioloog dr. ir. Charlotte Teunissen zou graag zien dat er meer aandacht komt voor het gebruik van de ruggenprik bij onderzoek naar MS. “Met een goede studie van de hersenvloeistof, die je via de ruggenprik kunt verkrijgen, kunnen behandelende artsen en daarmee dus ook patiënten, betere informatie verzamelen over het mogelijke verloop van de ziekte en dus misschien ook een betere therapie bedenken”.

nieuws-150326-ruggenprik-Teunissen-Biobank-VUmcDat zegt ze in een interview voor het lentenummer van MSzien, het digitale magazine van MSweb. Meer dan dertig jaar geleden was de lumbale punctie, zoals de ruggenprik eigenlijk heet, een van de belangrijkste methodes om vast te stellen of iemand MS heeft. Die methode is grotendeels vervangen door de Magnetic Resonance Imaging (MRI), een techniek waarmee op een snelle en gemakkelijker manier met magneetvelden het centrale zenuwstelsel is te onderzoeken.

“Daardoor zijn de extra mogelijkheden die de ruggenprik biedt op de achtergrond geraakt”. Teunissen, hoofd Neurochemisch Laboratorium en Biobank van het medisch centrum van de Vrije Universiteit (VUmc) in Amsterdam, betreurt dit. “Als je goed kijkt naar de merkstoffen, de biomarkers, in de hersenen kun je een completer beeld krijgen van diverse processen die er aan de gang zijn in het hersenstelsel. Met die gegevens kun je beter en misschien ook tijdiger reageren”.

Wat prof. dr. Bernard Uitdehaag, directeur van het MS-centrum van het VUmc, desgevraagd onderschrijft. “De biobank van dr.Teunissen is een belangrijke faciliteit voor ons”, zegt hij. Maar hij voegt er direct aan toe ook gegevens uit andersoortige onderzoeken hard nodig te hebben. “Voor het wetenschappelijk onderzoek naar MS is het om te beginnen belangrijk om te beschikken over informatie van grote groepen patiënten, we noemen dat cohorten. Dan gaat het niet alleen om resultaten van het onderzoek van bloed- en hersenvocht, maar ook om gegevens van MRI-scans, neurologisch onderzoek en psychologische testen. Door alle gegevens van al die mensen te vergelijken kunnen we meer vertellen over het verloop van de ziekte binnen de groep of over het effect van een therapie als die in een groep getest is”.

Zie voor het hele vraaggesprek met dr. Teunissen:
Zie: Het artikel in MSmagazine 01 2015

Bron: redactie MSzien; 20 maart 2015

Back To Top