Van 7 tot 10 oktober vond in Barcelona het jaarlijkse internationale MS-congres plaats. 9.000 onderzoekers kwamen bijeen om de laatste ontwikkelingen op het gebied van MS-onderzoek te presenteren en te bespreken. Tijdens het congres werd er bij verschillende presentaties aandacht besteed aan de behandeling van relapsing remitting – en primair progressieve MS door het mogelijk nieuwe middel ocrelizumab.

Samenvatting door dr. Brigit de Jong, MS-neuroloog VUmc Amsterdam.

Monoklonaal antilichaam

Ectrims-111019-logovoorpaginaOcrelizumab is een monoklonaal antilichaam, een samenstelling van kunstmatig ontwikkelde eiwitten die gemaakt zijn om bepaalde processen in het lichaam – zoals processen van het afweersysteem – te beïnvloeden. Monoklonale antilichamen binden aan een eiwit op het oppervlakte van een bepaalde cel in het lichaam. Ocrelizumab is gericht tegen het eiwit CD20. CD20 is aanwezig op bepaalde B-cellen, cellen van het afweersysteem. Door te binden aan CD20 wordt de activiteit van B-cellen beïnvloed.

Studies

Tijdens het ECTRIMS congres werden uitkomsten gepresenteerd van drie onlangs afgeronde studies waarbij effectiviteit en veiligheid van ocrelizumab onderzocht is in relatie tot het beloop van MS. Twee studies (OPERA I en OPERA II) zijn uitgevoerd bij mensen die relapsing remitting MS (RRMS) hebben, één studie (ORATORIO) is uitgevoerd bij mensen met primair progressieve MS (PPMS).

OPERA

In de studies voor RRMS werd de effectiviteit en veiligheid van ocrelizumab vergeleken met het reeds voor RRMS geregistreerde middel interferon-bèta1a gedurende twee jaar. Als eerste werd het aantal schubs vergeleken tussen mensen die behandeld werden met ocrelizumab met mensen die behandeld werden met interferon-bèta.

Verder werd er gekeken naar blijvende ziekteprogressie en veranderingen op MRI-scans van de hersenen. Men keek op de MRI-scans zowel naar nieuwe MS-laesies als naar aankleurende nieuwe laesies na het geven van contrastvloeistof. Ten opzichte van de behandeling met interferonbèta daalde het aantal schubs per jaar van 0,29 naar 0,15. Ziekteprogressie over de tijd was gunstiger in de met ocrelizumab behandelde RRMS.

Ook het aantal nieuwe laesies en met name aankleurende laesies was duidelijk verlaagd in de met ocrelizumab behandelde groep. Belangrijkste bijwerkingen waren gerelateerd aan het geven van de behandeling met een infuus. In de ocrelizumab groep kwamen vaker bovenste luchtweginfecties voor.

ORATORIO

In de studie voor PPMS werd de effectiviteit en veiligheid van ocrelizumab vergeleken met een placebo behandeling (behandeling zonder de effectieve stof) gedurende 120 weken. Bij deze studie was de belangrijkste uitkomstmaat blijvende ziekteprogressie. Andere uitkomstmaten waren veranderingen van volume van laesies op MRI van de hersenen en veranderingen in hersenvolume.

Bij de presentatie op ECTRIMS konden nog niet alle bevindingen gepresenteerd worden, waardoor de wel getoonde data met voorzichtigheid en als voorlopige uitslagen geïnterpreteerd dienen te worden. De voorlopige bevindingen laten zien dat er na 120 weken behandelen een bescheiden effect was van ocrelizumab. In de met ocrelizumab behandelde groep waren er minder mensen met ziekteprogressie.

Veranderingen in volume van laesies op MRI-scans van de hersenen en ook veranderingen in hersenvolume waren in het voordeel van de behandelde groep. Aanvullende analyses zijn nodig om deze data goed te kunnen interpreteren. Het is met name de vraag of alle mensen met PPMS gebaat zijn bij dit middel of dat er misschien een bepaalde subgroep van mensen met PPMS voordeel heeft.

Opvallend was dat er relatief veel mensen met aankleurende laesies op de MRI-scans van de hersenen in de studie zaten. Dit zou de resultaten van het onderzoek beïnvloed kunnen hebben. Het is nog onbekend wanneer de aanvullende analyses gepresenteerd of gepubliceerd zullen worden.

Vervolg

Nadat er positieve studieresultaten zijn behaald met een bepaald middel binnen een bepaalde groep patiënten ligt het besluit bij het betrokken farmaceutisch bedrijf of en wanneer ze dit middel ter goedkeuring voor registratie voor de Europese markt indienen bij het Europese Medicijn Agentschap (European Medicines Agency, EMA).

De beslissing of een middel beschikbaar zal komen op de Nederlandse markt wordt eerst bij de EMA genomen en vervolgens neemt de Nederlandse overheid het definitieve besluit. Dit proces kan een paar jaar duren.

Amsterdamse MS-onderzoekers hebben een aantal andere belangrijke internationale presentaties en posters van het ECTRIMS op hun vakgebied samengevat, zie deel 2.

Bron: www.vumc.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *