Beter meten achteruitgang bij mensen met MS

Achteruitgang bij mensen met MS kan op een betere manier gemeten worden. Tot die bevinding komt arts-onderzoeker Jessica Burggraaf van het Amsterdam Universitair Medisch Centrum (UMC). In een onderzoek, waarmee ze eind oktober 2021 de doctorstitel behaalde, vergeleek ze een veelvoud aan gegevens uit MRI-scans en diverse tests.

In haar onderzoek verbeterde Jessica Burggraaff het automatisch intekenen van de hersenstructuren in MRI-scans, waardoor de afbraak van hersenweefsel en het volgen van cognitief functioneren bij MS nauwkeuriger kan worden bijgehouden. Daarnaast keek ze naar cognitieve screeningstesten en videometingen die achteruitgang bij MS meten.

Intekenen van hersenstructuren op een MRI-scan gaat als volgt: op elke plak van de hersenen wordt met een tekening aangegeven hoe groot deze is. Als je deze tekeningen op elkaar legt, krijg je een doorsnede en kun je in lengte, breedte en diepte – driedimensionaal (3D) – goed zien hoe groot de verandering is. Dat is veel duidelijker dan alleen in het platte vlak.

Thalamus

De grootste verschillen werden bij mensen met MS gevonden bij de thalamus. De thalamus is het verbindingsstation in de hersenen. Hier wordt de informatiestroom gecoördineerd tussen het zogeheten perifere zenuwstelsel – het deel van het zenuwsysteem dat de verbindingen vormt vanuit het centraal zenuwstelsel van en naar de organen – en de hogere lagen van de hersenen. Een belangrijke kern in de thalamus is het corpus geniculatum laterale. Dat speelt een cruciale rol bij het overbrengen van informatie van de ogen naar de hersenen.

De hersenen bestaan uit witte stof en grijze stof. In de grijze stof zitten de cellichamen van de zenuwcellen en in de witte stof de uitlopers van die zenuwcellen. De witte kleur wordt veroorzaakt door myeline, een vetachtig stofje dat om de uitlopers zit. De uitlopers verbinden de verschillende delen van de hersenen onderling en met het ruggenmerg. Bij haar onderzoek ontdekte Jessica zowel bij het automatisch als het handmatig intekenen van de hersenstructuur een verband tussen de mate van afbraak van hersenweefsel in de thalamus en cognitieve achteruitgang.

Cognitieve veranderingen

Het beter herkennen van cognitieve veranderingen bij mensen met MS was het tweede deel van het onderzoek van Jessica Burgraaff. Daartoe vergeleek ze twee screeningsinstrumenten met elkaar.

Bij de een (SMDT) moet je geometrische vormen (vierkant, driehoek ed.) omzetten in cijfers, bij de ander (PASAT)krijg je steeds een cijfer te horen waar een getal bij moet worden opgeteld. Het laatste getal moet je daarna optellen bij het vorige getal. Beide testen bepalen hoe snel iemand informatie verwerkt. Bij mensen met MS is die snelheid vaak aangetast.

Om een indruk te krijgen van de kwaliteit van beide testen, vergeleek Jessica de resultaten met een uitgebreider neuropsychologisch onderzoek onder 485 mensen met MS over een periode van 13 jaar. Daaruit bleek dat het screeningsinstrument SMDT beter cognitieve handicaps bij MS – ook in de tijd gezien – in kaart brengt dan PASAT.

Videometing

Onderzoeker Burggraaff keek ook of lichamelijke achteruitgang te meten is met videobeelden. Hierbij neemt een camera de bewegingen van patiënten op. Als je de opnames van verschillende tijdstippen vergelijkt, kun je de eventuele achteruitgang vaststellen. De resultaten toonden aan dat videometing een goede en betrouwbare evaluatie geeft van de mate van achteruitgang bij mensen met MS en dat dit weer leidt tot betere klinische beoordelingen.

Bronnen:

www.vumc.nl/meten-van-achteruitgang-bij-ms.htm

www.vumc.nl/tool-om-cognitieve-problemen-bij-ms-snel-en-makkelijk-in-kaart-te-brengen.htm

www.vumc.nl/verloop-van-ms-beter-voorspellen-met-hersennetwerk-metingen-.htm 

linnean.nl/inspiratie/praktijkvoorbeelden/

www.frontiersin.org/articles/10.3389/fneur.2021.608491/full

www.icthealth.nl/microsoft-gaat-samenwerken-met-novartis-voor-ms/

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *