skip to Main Content
Advies Medische Adviescommissie MS Vereniging Nederland Over Vitamine D

Advies vitamine D

Advies over Vitamine D van de Medische Adviescommissie MS Vereniging Nederland

Vitamine D is de verzamelnaam voor een aantal chemische stoffen. Eén daarvan is vitamine D3 (colecalciferol). Dit is de grondstof voor het hormoon 1,25-dihydroxyvitamine D (calcitriol), een belangrijk hormoon met onder meer een ontstekingsremmende werking.

Advies Medische Adviescommissie MS Vereniging Nederland over Vitamine DVitamine D zorgt ook voor de hoeveelheid kalk in het lichaam, ofwel calcium. Voor het in stand houden van ons skelet is bijvoorbeeld voldoende calcium en vitamine D3 nodig, onze botten bestaan immers voor een groot deel uit kalk.

Maar vitamine D3 en calcium zijn ook van belang voor de werking van onze spieren, zenuwen, hersenen en het immuunsysteem. Daar vitamine D3 een belangrijke rol speelt bij het goed functioneren van ons immuunsysteem is er in de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de rol van vitamine D3 bij het ontstaan van MS, bij het verminderen van het aantal MS-aanvallen en het tegengaan van de invaliditeit.

Er zijn aanwijzingen dat kinderen met een lager vitamine D gehalte in het bloed een grotere kans hebben op de diagnose MS dan de kinderen met een hoger vitamine D gehalte.

Alhoewel een vitamine D tekort alleen niet direct zal leiden tot MS, vermoedt men op basis van de onderzoeken dat een te laag vitamine D gehalte in samenhang met andere factoren wel kan bijdragen aan de gevoeligheid voor het ontwikkelen van de ziekte. Of een hogere vitamine D spiegel in het bloed bij mensen met MS een remmende werking op de ziekteactiviteit en op de progressie heeft is vooralsnog niet aangetoond.

In een grote Europese studie, de SOLAR* studie, naar de effecten van hoge doseringen vitamine D (35x de aanbevolen dosering van 10 μg/dag) in RRMS is geen overtuigend effect van vitamine D op de opvlammingen in MS gezien. Deze studie heeft wel laten zien dat aanvullende hoge doseringen vitamine D na een jaar gebruik voor minder ziekteactiviteit op MRI zorgen ten opzichte van een placebo. Meer onderzoek zal nodig zijn.

Advies MAc

Het verdient aanbeveling om bij mensen met MS de vitamine D spiegel in ieder geval eenmaal te bepalen om vast te stellen of er een tekort aan vitamine D is. In het geval er een tekort wordt vastgesteld, namelijk een bloedspiegel < 70nmol/L, wordt aanbevolen deze mensen te behandelen. Er kan worden gekozen uit een dagelijkse of wekelijkse dosis vitamine D. NB. Een wekelijkse dosis van 5600 IE vitamine D, wordt op dit moment nog vergoed.

In het geval er geen sprake is van een tekort is het verstandig om het advies van de Gezondheidsraad “ Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen” gepubliceerd op 18 september 2018 te volgen. Dit betekent dat zowel voor volwassenen, die geen vitamine D aanmaak in de huid hebben (door een donkere huidskleur, of door geen blootstelling van de huid aan zonlicht) als voor alle vrouwen van 50 tot 70 jaar het advies geldt om dagelijks een supplement met 10 μg vitamine D te gebruiken. Voor alle >70 jarigen geldt het advies om dagelijks een supplement met 20 μg vitamine D te gebruiken.

De MAc beveelt geen hogere dosering aan vanwege het risico op hypervitaminose D. Extreem hoge doses vitamine D kunnen leiden tot een te hoge calciumspiegel in het bloed. Dit kan vervolgens leiden tot klachten, zoals:

    • MS-vereniging-Logo-afmeting-512-512Misselijkheid en braken
    • Buikpijn en verstopping
    • Veel dorst, veel drinken en veel plassen
    • Prikkelbaarheid, verwardheid, of somberheid
    • Vermoeidheid en algemene zwakte
    • Slaperigheid
    • Hartritmestoornissen
    • Botpijnen

MS Vereniging Nederland, december 2020

Meer lezen ? Dat kan!

Werkt vitamine D tegen COVID-19?

Werkzaamheid vitamine D tegen COVID-19 niet bewezen

Weliswaar verschijnen er de afgelopen tijd nogal wat berichten over de werkzaamheid van vitamine D tegen het coronavirus COVID -19. “Die uitspraken worden gebaseerd op verschillende onderzoeken waaruit de mogelijke werkzaamheid van vitamine D zou volgen. Geen van die onderzoeken kan echter bewijzen dat vitamine D daadwerkelijk tegen de infectie – of een ernstig beloop daarvan – beschermt”, zo meldt de gezaghebbende website Dokter Media. De artsen Lester du Perron en Tijs Stehmann beoordelen daarop medisch nieuws op getrouwheid. 

Werkzaamheid vitamine D tegen COVID-19 niet bewezen

Dat vitamine D geschikt zou zijn tegen het coronavirus is onlangs onder meer gepubliceerd op de website van het Universitair Medisch Centrum Groningen en dat kreeg weer aandacht op RTV Noord. Ook het Algemeen Dagblad en de Volkskrant besteedden aandacht aan dit thema. 

Dokter Media kwalificeert het als een onbewezen strategie, maar voegt er wel aan toe dat hier “waarschijnlijk geldt: baat het niet, dan schaadt het niet. Het slikken van een normale dosis vitamine D kan geen kwaad. En ieder positief effect ervan op het coronavirus is dan mooi meegenomen. Overdaad schaadt wel; gebruik – en koop – dus niet meer dan nodig is”.

Meilof

De MS-neuroloog dr. Jan Meilof, verbonden aan dat Medisch Centrum in Groningen, ondersteunt die conclusies. Hij wijst erop dat er veel chronische ziekten zijn waarbij een verlaging van vitamine D is geconstateerd en dat “bij geen van die ziekten bij onderzoek is aangetoond dat toediening van extra vitamine D een duidelijk positief effect heeft”.

Meilof voegt eraan toe dat zulk onderzoek ook is gedaan bij mensen met MS. “En hoewel sommige patienten zich energieker bleken te voelen na een hoge dosis vitamine D, het had geen meetbaar effect op de MS als je kijkt naar MRI of de handicapschaal EDSS”.

Over het mogelijke effect op corona zegt hij: “Ik denk dat we meer bewijs moeten hebben voordat we iedereen extra vitamine D geven. Teveel kan namelijk problemen geven met de calcium-huishouding, daar kan je behoorlijk ziek van worden”.

Hupperts

Overigens zijn er ook publicaties die erop wijzen dat juist voor mensen met MS een te hoge dosis vitamine D niet goed zou zijn. Zie bijvoorbeeld het bericht ‘Hoge Dosis vitamine D niet goed voor mensen met MS‘ op de website msdebaas.nl.  Maar desgevraagd laat professor dr. Raymond Hupperts – kenner van de relatie vitamine D en MS – weten: “De studie over de nadelige effecten van hoge doses Vitamine D is redelijk bedenkelijk. Er zijn vele andere studies die aantonen dat een hoge dosis Vitamine D juist heel veilig is, onze eigen SOLAR-trial bijvoorbeeld”. Zie daarover ons eerdere bericht ‘Extra Vitamine D heeft meetbaar effect‘, nummer 41 in de serie MS Onderzoek in Nederland.

Van de redactie Professor Hupperts is als MS-neuroloog verbonden aan het Medisch Centrum van de Universiteit van Maastricht en het Zuyderland Medisch Centrum Sittard. Dr. Meilof is tevens lid van de Medische Adviescommissie van MS Vereniging Nederland. Van de medici Du Perron en Stehmann verscheen in oktober 2020 het boek ‘Dokter, ik las in de krant dat…’

Bronnen: Dokter Media, RTV Noord, prof. dr. R. Hupperts, dr. J. Meilof, redactie MSweb; 29/30 oktober 2020

 

Misschien vind je deze berichten ook interessant…

MS Onderzoek Over Epilepsie En MS

Vitamine D en Progressieve MS

Vitamine D en Progressieve MS

Mensen met PMS en een hogere vitamine D waarde hebben een lager percentage hersenafwijkingen dan mensen met een lager vitamine D-waarde.

Verondersteld wordt dat vit.D tekort een rol speelt bij het ontstaan van progressieve MS, maar hoe is nog onduidelijk.

Onderzoekers vergeleken vit.D waarden in het bloed met MRI-beelden van 267 mensen met Progressieve MS (zowel primair (51,3%) als secundair).

Ze vonden geen verband tussen vit.D niveau en de afmeting van de hersenafwijkingen.
Dit in tegenstelling tot wat eerder over RRMS is beschreven, waarbij dit verband wél is gevonden.

In dit onderzoek is wel een bescheiden verband gevonden tussen vit.D3 en de verhouding tussen gezond en afwijkend hersenweefsel, wat mogelijk kan wijzen op een beschermende invloed van vitamine D op myeline.

Bron: Abbatemarco JR, Fox RJ, Li H, Ontaneda D.,
Mellen Center for Multiple Sclerosis, Quantitative Health Sciences, Cleveland Clinic Foundation, Cleveland, OH, USA.
Mult Scler Relat Disord. 2019 Aug 13

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/31445221

 

Vitamine D suppletie

VITAMINE D-SUPPLETIE EN MS

Voor gebruik van vitamine D-supplementen heeft de Canadese MS Society enkele aanbevelingen uitgebracht. Deze bieden informatie voor risicogroepen en mensen met MS. Ook worden aan vitamine D-supplementen verbonden nevenaandoeningen en toxiciteit belicht.

Bij blootstelling aan zonlicht produceert onze huid vitamine D, de zonnevitamine. Maar ook andere bronnen, zoals supplementen en voeding (eieren, vis, verrijkte zuivelproducten) leveren vitamine D. Deze zorgt voor opname van voedingsstoffen (calcium). Mogelijke andere gezondheidsvoordelen van vitamine D worden nog onderzocht.

De MS Society heeft aanbevelingen ontwikkeld om mensen met MS te helpen weloverwogen beslissingen over hun gezondheid te nemen.

Aanbevelingen

Aan het ontwikkelen van deze aanbevelingen werkten behalve een panel van wetenschappers en klinisch deskundigen, ook vertegenwoordigers van andere MS verenigingen en mensen met MS mee. Vruchtbare discussies over beschikbaar bewijs van verband tussen Vitamine D en MS resulteerden in het ontwikkelen van op bewijs gebaseerde constateringen die de basis van de aanbevelingen vormden.

Doel aanbevelingen

De aanbevelingen  bieden informatie over de rol van vitamine D in het lichaam en verwijzen naar aanbevelingen van Health Canada en ander onderzoek naar vitamine D. Doel van de aanbevelingen is om de inname van vitamine D te bepalen voor mensen met verschillende vormen van MS, risicogroepen (kinderen en volwassenen met een biologische verwantschap met iemand die MS heeft).

Ook wordt informatie geboden over nevenaandoeningen (osteoporose, vitamine D-toxiciteit) en instandhouding van het vitamine D niveau, dat via een bloedtest wordt bepaald.

Goedgekeurd

De Society heeft twee versies van de aanbevelingen uitgebracht: een gedetailleerde versie voor zorgverleners en onderzoekers, en een lekenversie voor het grote publiek. Zij worden door zorgverleners en beleidsmakers gebruikt als hulp in klinische praktijk en bieden informatie voor het volksgezondheidsbeleid. De aanbevelingen werden vanwege strenge beoordeling en uitgebreidheid, goedgekeurd door het Canadian Network of MS Clinics en het Consortium of MS Centers.

Onderzoek, gefinancierd door de MS Society heeft bijgedragen aan toename van bewijsmateriaal inzake verband tussen vitamine D-tekort en MS, risico op MS, en invloed van vitamine D-tekort op beloop en ernst van de ziekte. De MS Society ondersteunt onderzoek naar vitamine D en factoren die mogelijk bijdragen aan risico op en progressie van MS.

In afwachting van meer beschikbaar bewijsmateriaal adviseert zij mensen met MS, die mogelijkheden ter verbetering van hun gezondheid verkennen, regelmatig met hun zorgverlenersteam te overleggen.

Bron: mssociety.ca/research-news/article/ms-society-of-canada-launches-vitamin-d-recommendations-for-ms

Rol van vitamine D bij MS

Multiple sclerose (MS) wordt veroorzaakt door een combinatie van genetische factoren en omgevingsfactoren. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat vitamine D een van deze omgevingsfactoren is, betrokken bij zowel het ontstaan als bij het ziektebeloop van MS.

Een oorzakelijk verband is echter nog niet aangetoond. Ook is nog niet bekend of het zin heeft om vitamine D voor te schrijven ter preventie of als behandeling van MS. Interventiestudies die de preventieve werking van vitamine D op MS moeten bewijzen zijn praktisch erg moeilijk uitvoerbaar. Wel zijn al enkele randomized controlled-studies naar vitamine D als (aanvullende) behandeling van MS uitgevoerd, en er zijn er nog meer onderweg.

Een gunstig effect van vitamine D is echter tot nu toe niet bewezen. Ondanks het feit dat de uitgevoerde studies methodologische tekortkomingen hadden, zijn er argumenten ten gunste van een positief effect van vitamine D bij MS. Meer en grotere interventiestudies zijn dus nodig. Tot die tijd moet in elk geval vitamine D-deficiëntie worden tegengegaan.

Aanwijzingen voor de praktijk:

  • Er zijn steeds meer aanwijzingen voor een rol van vitamine D bij MS – het bewijs is echter indirect;
  • Interventiestudies die de preventieve werking van vitamine D op MS moeten bewijzen zijn praktisch erg moeilijk uitvoerbaar;
  • Goed bewijs dat vitamine D toedienen aan patiënten zin heeft is er nog niet: meer en grotere interventiestudiesworden op dit moment uitgevoerd;
  • In elk geval is het belangrijk om vitamine D-definciënte tegen te gaan, zowel bij gezonden als bij patiënten;
  • De Gezondheidsraad hanteert een 25-OH-D ondergrens van 30 nmol/l; mogelijk zou dit ter preventie van MS hoger moeten zijn (>100nmol/l); hiervoor is geen hard bewijs;
  • Hoewel over de effecten op lange termijn niets bekend is, wordt inname tot 4.000 IE/dag veilig geacht; kortom suppletie in de range van 800-4.000 IE/dag lijkt redelijk.

Auteurs: Drs. T.F. Runia en dr. R.Q. Hintzen
Bron: Tijdschr Neurol Neurochir 2014;115:26-30

Van de redactie Het volledige artikel kun je hier downloaden en lezen. Als je geen zorgprofessional bent, betaal je daarvoor €2,-. Een korte samenvatting lees je hier.

Voorspellende waarde van Vitamine D

Over het effect van een tekort aan vitamine D op MS wordt veel geschreven. Volgens een internationale studie is de hoeveelheid vitamine D in het bloed, die vroeg in de ziekte wordt aangetroffen, van voorspellende waarde voor het verloop van MS.

nieuws-140319-DevoorspellendewaardevanvitamineDDeze resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift JAMA Neurology. Verschillende onderzoekers, waaronder professor Chris Polman en professor Frederik Barkhof, van het VUmc MS Centrum Amsterdam hebben aan dit onderzoek meegewerkt.

Voor deze studie is gebruik gemaakt van de bloedsamples en gegevens van mensen die in 2002 en 2003 zijn begonnen met de BENEFIT studie. In deze studie werd gekeken naar het effect van vroege ten opzichte van late behandeling met interferon-bèta 1b bij mensen die een eerste MS symptoom hadden gehad (clinical isolated syndroom – CIS).

Gedurende de 5 jaar, waarin de studie liep, zijn de mensen klinisch gevolgd, is er regelmatig bloed afgenomen en zijn er MRI-scans gemaakt.

Voor het vitamine D onderzoek is gekeken naar de hoeveelheid 25-hydroxy vitamine D (25(OH)D: actieve vorm van vitamine D in het bloed en vergeleken met het verloop van de ziekte gemeten op MRI en het klinische beeld. De resultaten laten zien dat mensen met hoge concentraties 25(OH)D aan het begin van de studie minder ziekte activiteit laten zien en mindere progressie van de ziekte vertonen.

De conclusie, die de onderzoekers trekken, is dat mensen met MS die interferon-bèta 1b gebruiken en lage vitamine D waardes aan het begin van de ziekte hebben, waarschijnlijk een hoog risico hebben op een actiever verlopend MS en op snellere progressie van de ziekte.

Uit dit onderzoek kan niet de conclusie getrokken worden dat het extra innemen van vitamine D de prognose verbetert. Momenteel loopt het onderzoek SOLAR, waarin het effect van het aanvullend innemen van vitamine D naast het gebruik van interferon-bèta wordt gemeten. Dit onderzoek loopt ook op VUmc.

Bron: Nieuwsbrief VUmc

Hoop op vitamine D terecht?

Vitamine D, zou het ei van Columbus kunnen zijn voor mensen met MS. De wetenschappelijke aanwijzingen dat het afweersysteem van mensen met MS door vitamine D stabieler en minder ontstekingsgevoelig wordt, worden sterker.

nieuws-140319-DevoorspellendewaardevanvitamineDHet Academisch MS Centrum Limburg leidt een studie in dertien landen naar het effect van vitamine D op MS. Als ik in Monaco was geboren in plaats van in Nederland, had ik mogelijk geen MS gehad. Veel zon, en daarmee de aanmaak van vitamine D, geeft een aanzienlijk lagere kans op het ontstaan van MS, wijst internationaal onderzoek uit.

Maar nu nog verhuizen naar zonrijke oorden heeft geen zin meer. “MS is daar niet gunstig mee bij te sturen”, weet de Limburgse neuroloog prof. dr. Raymond Hupperts van het Orbis Medisch Centrum in Sittard.

Na ongeveer je twaalfde verjaardag is de individuele kans op MS niet meer te beïnvloeden. Maar in het algemeen is bij een hoge vitamine D-spiegel in het bloed de kans op MS lager, aldus professor Hupperts. Een laag vitamine D-gehalte is een ’negatieve’ voorspeller. Verder doen MS-patiënten met een laag vitamine D-gehalte het gemiddeld slechter.

Twan van de Kerkhoff, een voormalig wijkverpleegkundige uit Eindhoven, heeft MS en is onder behandeling van prof. Hupperts. Hij doet mee aan het onderzoek en slikt al enige tijd dagelijks vitamine-D3. “Achthonderd internationale eenheden”, ziet Van de Kerkhoff op de verpakking staan: ongeveer 20 microgram werkzame stof.

Prof. Hupperts: “De opzet van deze studie is mede ingegeven door praktijkvoorbeelden.” Vier jaar geleden slikten twee van zijn patiënten op eigen initiatief 10.000 eenheden vitamine D en sindsdien gaat het hen beter. Via de MRIscan zagen de artsen van het MS Centrum Limburg een opmerkelijke afname van ontstekingshaarden. Dat effect is na al die tijd nog steeds merkbaar.

Aan de huidige studie doen 232 patiënten mee van behandelcentra uit dertien landen. Zij nemen 14.000 internationale eenheden vitamine D per dag in. Over een jaar worden de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt.

Bron: De Telegraaf Weekeinde 15 februari, door René Steenhorst; zie ook rubriek Media >> Uitgeknipt

Zon en vitamine D bij MS

Blootstelling aan zonlicht bij mensen met MS heeft een positief effect op vermoeidheid en depressie. Extra toediening van vitamine D bleek geen invloed te hebben op de ernst van deze klachten.

Al lang veronderstellen onderzoekers dat een tekort aan zonlicht en vitamine D het risico op het krijgen van MS vergroot.

Wetenschappers in Maastricht onderzochten daarom de invloed van blootstelling aan zonlicht en het toedienen van vitamine D op de meest voorkomende symptomen van MS, zoals depressie, angst, vermoeidheid en cognitieve stoornissen.

Zij deden onderzoek onder 198 deelnemers over een periode van 2,3 jaar. Hieruit kwam naar voren dat blootstelling aan zonlicht vermoeidheid en depressie vermindert. Het is niet van invloed op angst en cognitie.

Het toedienen van vitamine D had geen noemenswaardig effect.

De conclusie is dan ook dat de rol van lichttherapie nader moet worden geëvalueerd in een nauwkeurig onderzoek om de gevonden effecten bij mensen met MS te bevestigen.

Bron: Knippenberg S, Damoiseaux J, Bol Y, Hupperts R, Taylor BV, Ponsonby AL, Dwyer T, Simpson S, van der Mei IA.
Academic MS Center Limburg, Orbis Medical Center, Sittard, The Netherlands;
Department of Internal Medicine, Maastricht University Medical Center, Maastricht, The Netherlands.
Acta Neurol Scandinavia 2013 Jun 13.

Voorkom de winter-D-dip

Vitamine D is goed voor onze weerstand. In de zomermaanden maakt zonlicht vitamine D3 aan in de huid. In de wintermaanden oktober tot april is onze Nederlandse zon daarvoor niet krachtig genoeg. Onze voeding, haring, makreel en wilde! zalm, is onvoldoende voor onze behoefte aan vitamine D3 en draagt maar voor zo’n vijf procent daaraan bij.

Door: dr. Barbara M. van Amerongen*

Het vitamine D gehalte (25OHD) in ons bloed vertoont hierdoor een seizoensschommeling met de hoogste waarde in september en het diepte punt in februari.

In figuur 1. staan de gemiddelde vitamine D gehaltes per maand van Britse vrouwen (blauwe lijn). Deze waarden zijn gebruikt als voorbeeld bij gebrek aan maandelijkse Nederlandse gegevens. In september is het gemiddelde vitamine D gehalte in Groot Brittannië 70 nmol/L en in februari 36 nmol/L, een zomer/winter verschil van 34 nmol/L (49%).

complementair-110922-extra-vitD3

Figuur 1

In Canada (oranje lijn) vertoont het vitamine D gehalte eenzelfde seizoensfluctuatie, maar de hoogste waarde valt daar in oktober (76 nmol/L)en de laagste waarde in februari (53 nmol/L), een verschil van slechts 30%. Het Nederlandse zomer/winter verschil ligt er tussen in en is ongeveer 40%.

De verschillen per individu kunnen daarnaast groot zijn. Het aantal spoedopnames van mensen met MS in Schotland hangt samen met het gemiddelde vitamine D gehalte van de 4 daaraan voorafgaande maanden. In april is het aantal spoedopnames het hoogst en het gemiddelde vitamine D gehalte het laagst. In oktober is het precies omgekeerd.

Fins onderzoek stelde vast dat MS-patienten geen aanval kregen bij een vitamine D gehalte boven 85 nmol/L. Mensen met MS zouden kunnen streven naar een zo klein mogelijk zomer/winter verschil: naar een vitamine D gehalte boven 100 nmol/L heel het jaar (groene lijn).

Eerst zou je de aanbeveling van de Gezondheidsraad kunnen volgen en dagelijks 800 IE extra vitamine D3 kunnen innemen. Ga vervolgens na of dit in jouw geval wel voldoende is en laat jaarlijks in september de huisarts het vitamine D gehalte (25OHD) in het bloed bepalen. Overleg aan de hand van de uitslag hoeveel extra vitamine D3 je zou moeten slikken om de winter-D-dip te voorkomen.

* Meer informatie op de website van dr. B.M. van Amerongen: www.vitamindandms.org
** Dit artikel is ook verschenen in het regioblad van de MSVN Amsterdam

Literatuur

Hypovitaminosis D in British adults at age 45 y: nationwide cohort study of dietary and lifestyle predictors;
Hyppönen E, Power C.
Am J Clin Nutr. 2007 Mar;85(3):860-8.

Wintertime vitamin D insufficiency is common in young Canadian women, and their vitamin D intake does not prevent it;
Vieth R, Cole DE, Hawker GA, Trang HM, Rubin LA.;
Eur J Clin Nutr. 2001 Dec;55(12):1091-7.

Higher levels of 25-hydroxyvitamin D are associated with a lower incidence of multiple sclerosis only in women;
Kragt J, van Amerongen B, Killestein J, Dijkstra C, Uitdehaag B, Polman Ch, Lips P;
Mult Scler. 2009 Jan;15(1):9-15.

Vitamin D and multiple sclerosis hospital admissions in Scotland;
Disanto G, Handel AE, Morahan JM, Deluca GC, Kimball SM, Hypponen E, Giovannoni G, Ebers GC, Ramagopalan SV;
QJM. 2011 Jun 29.

A longitudinal study of serum 25-hydroxyvitamin D and intact parathyroid hormone levels indicate the importance of vitamin D and calcium homeostasis regulation in multiple sclerosis;
Soilu-Hänninen M, Laaksonen M, Laitinen I, Erälinna JP, Lilius EM, Mononen I.J;
Neurol Neurosurg Psychiatry. 2008 Feb;79(2):152-7.

Naar een toereikende inname van vitamine D. Den Haag;
Gezondheidsraad, 2008; publicatienr. 2008/15. ISBN 978-90-5549-729-4

Stand van zaken: Vitamine D;
Vollaard EJ.;
Apotheek Aktueel 2011 Aug;1(1):1-4.

Hype, ei van Colombus of oude wijn in nieuwe vaten?

Als we het over vitamines en het zenuwstelsel hebben, denken we spontaan vooral aan de vitamine B-groep. Nochtans spelen zowat alle vitamines op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze een rol in de normale werking van het zenuwstelsel. Vitamines kunnen vergeleken worden met de olie van de auto: een absoluut onmisbaar product, maar genoeg is genoeg, tekort een mogelijke ramp.

Door: Dr. Erwin VANROOSE, neuroloog ZOL, België*

8f0complementair-090330-zonHet is inmiddels al 50 jaar geleden dat Sir Donald Acheson een mogelijk verband suggereerde tussen Multiple Sclerosis (MS) en blootstelling aan zonlicht. Dat dit effect via de productie van vitamine D (vit D) zou kunnen verlopen, stimuleerde het onderzoek naar een oorzakelijk verband tussen een tekort aan vit D en het voorkomen van of de ontwikkeling van de aandoening. Indien dit verband wordt aangetoond, dan opent dit mogelijkheden naar een therapie met vitamine D-supplementen, een eenvoudig en bovenal natuurlijk middel.

In tegenstelling tot de meeste andere vitamines, halen we slechts een beperkt gedeelte van het vitamine D uit de voeding. Vette vis en eieren zijn rijk aan vit D, maar verder zijn er weinig voedingsbestanddelen die veel vit D bevatten. De voornaamste bron is echter de omzetting van 7-dehydrocholesterol tot cholecalciferol, vit D3, onder invloed van zonlicht op de huid. Vooral in de lever en de nier wordt het vit D3 verder verwerkt tot het voor de lichaamscel actieve 1,25-dihydroxycholicalciferol. Onvoldoende vit D-bevattende voeding, darmziekten die de opname van vit D uit de voeding verstoren, ernstige lever of nierziekten, kunnen aanleiding geven tot een vitamine D-tekort of een gebrekkige werking van het vitamine.

Een gebrek aan zonlicht, zeker tijdens de winterperiode, is echter dé voornaamste bron van problemen. Misschien moeten we de oude wijsgeren nog gelijk geven dat ziektes veroorzaakt zijn door de onderlinge stand van de zon en de maan ten opzichte van de aarde? Professor Ebers, een wereldautoriteit op het vlak van MS, wees er recent nog in een vooraanstaand neurologisch tijdschrift op, dat leven in Noord-Europa, Canada of het noorden van de Verenigde Staten ons gedurende zes maanden per jaar blootstelt aan vit D-tekort. Hij grapte dat men in Schotland de helft van het jaar naakt kan buiten liggen en zich wel blootstelt aan gerechtelijke vervolging, maar niet aan voldoende zon!

Effecten op de gezondheid

De effecten van de vitamine op onze gezondheidstoestand zijn zeer verscheiden. Vit D-gebrek wordt geassocieerd met een verhoogd voorkomen van botontkalking en verhoogd risico op breuken, maar ook met diabetes mellitus (‘suikerziekte’), verhoogde bloeddruk, diverse ziekten van het afweersysteem, dementie, darmkanker. Toch is er nog veel onderzoek nodig naar het oorzakelijk mechanisme tussen het vitaminegebrek en die verschillende ziekten zelf. En zelfs als we even voorbijgaan aan de wetenschappelijke vraag naar het oorzakelijk werkingsmechanisme en maar meteen vitamine D-supplementen geven, is het voor de meeste van die ziekten lang niet duidelijk of de aandoening erdoor geneest, verbetert of voorkomen kan worden.

Heel wat demente bejaarden in een rusthuis hebben te weinig vit D. Is dit echter de oorzaak van hun ziekte? Een gevolg van hun levensomstandigheden? Zal een vit D-supplement hun ziekte genezen, vertragen of zouden ze nooit dement geworden zijn hadden ze vroeger altijd voldoende vit D gehad? Dit zijn de essentiële vragen waar vandaag de dag noch de klassieke geneeskunde, noch de kruidenverkopers een correct en gefundeerd antwoord op kunnen geven. Het is dus niet alleen in de ‘MS wereld’ dat men met deze vragen worstelt.

Lokt een tekort aan zonnelicht en daardoor tekort aan vit D het ontstaan of het verschijnen van MS uit?
MS is een multifactoriële aandoening met een erfelijk bepaalde voorbeschiktheid en bijkomende omgevingsfactoren waaraan we in de loop van ons (jonge?) leven blootgesteld worden. Het is niet eenvoudig die precieze omgevingsfactor (iets in de voeding, een virus, een toxisch product, …) te identificeren, men is er eigenlijk al tientallen jaren intens maar ook meestal vruchteloos mee bezig.

Toch is het vinden van die prikkel van het allergrootste belang en zolang dé verwekker niet gevonden is, blijft de relatie tussen de hoeveelheid blootstelling aan zonlicht en de hiermee gepaard gaande aanmaak in ons lichaam van vitamine D een aantrekkelijke denkpiste. Louter observationele studies leerden ons reeds tientallen jaren geleden een opmerkelijk verband tussen het voorkomen van de aandoening en de breedtegraad waar we wonen; hoe verder we ons van de evenaar verwijderen, hoe meer MS voorkomt. Bovendien leerden studies bij migranten dat met een zelfde genetische bagage het ogenblik van migratie van een gebied van hoger naar lager risico (of omgekeerd) de kans op het ontwikkelen van de aandoening beïnvloedde.

Epidemiologische studies

Grotere epidemiologische studies suggereerden dat personen met een hoger vit D-gehalte minder kans hebben op het ontwikkelen van MS dan bij een laag vit D-gehalte (in Multiple Sclerosis 2009; 15: 735–740). Niet placebo-gecontroleerde en eerder kleine studies naar het therapeutisch nut van een vit D-supplement gaven tot op heden erg wisselende resultaten. De ‘Nurses’ Health Study I en II’ toonde een 40 % minder risico op MS bij dames die dagelijks vit D-supplementen namen dan in de groep die dit niet deed.

Probleem is wel dat deze vitaminesupplementen eerder bestonden uit multivitaminepreparaten en niet alleen vit D en het verband dus mogelijk niet eenduidig is. Ook leek het erop dat de globale gezondheidszorg in de groepen verschillend was. Het percentage kan dus wel eens erg overschat zijn of op zijn minst niet alleen door het verschil van het vit D-gehalte.

Een studie bij eeneiige tweelingen is ook altijd een dankbare bron van informatie voor dergelijk probleem. Hierbij meende men een aanwijzing te vinden dat een verminderde blootstelling aan zonlicht het ontstaan van MS voorafging. Bij dit onderzoek werd (retrospectief) gebruik gemaakt van een soort index van blootstelling aan het zonlicht. Men trachtte na te gaan of de volwassen tweelingen in hun kindertijd meer of minder in het zonnetje hadden gelopen. U begrijpt dat dit een werkwijze is die zeker voor veel kritiek vatbaar is.

Enkele wetenschappers werken erg vlijtig met statistieken en stelden vast dat in sommige landen er meer personen met MS geboren zijn in de maand mei en relatief weinig in november. Anderen vonden dat dit verschil in geboortemaand wel geldt voor een relapsing-remitting MS, maar niet voor een primair progressieve MS.
Geboren zijn in januari zou zelfs kunnen betekenen dat de aandoening iets trager evolueert, of geboren zijn in de zomer dat de aandoening zich later uit.

Vergeeft u mij de bedenking, waar zijn we mee bezig? Hoe relevant is dit allemaal, zeker in termen van therapie? En toch, een studie van het Max Planck Instituut in Duitsland toonde aan dat er effectief een duidelijke seizoensgebonden schommeling is in het aantal contrastcapterende MS-letsels op de MRI-beelden, met meer letsels in de periode maart tot mei, zeker in vergelijking met de periode september tot november. Al dan niet toevallig toch de periode dat ook het vit D-gehalte het laagste komt voor de zon weer voldoende schijnt vanaf mei-juni. Is er dan toch een invloed op de ziekteactiviteit door wisselende vit D-hoeveelheid? Is die invloed dan meer uitgesproken voor de relapsing-remitting vorm waardoor er meer contrastcapterende letsels zijn en op die manier aangetoonde verhoogde ziekteactiviteit? Een en ander zou er op wijzen dat vit D tussenkomt in het ontstekingsproces?

Vit D doet in elk geval meer dan samen met calcium zorgen dat we stevige botten hebben. Het wordt beschouwd als een ‘neurosteroid hormoon’ dat tussenkomt in zenuwprikkeloverdracht, in bescherming van zenuwcellen, in het regelen van onstekingsprocessen in het zenuwstelsel. Het is aangetoond dat in verschillende gebieden van de hersenen vit D-receptoren op de cellen aanwezig zijn, maar ook op cellen van het immuunsysteem. Samengevat oefent het op het afweersysteem een ontstekingsremmende invloed uit via celmechanismen en invloed op interleukineproductie, belangrijke elementen in de MS-pathologie.

Vit D-effecten werden dan ook bij het diermodel van MS bestudeerd en deze bevindingen ondersteunen heel wat veronderstellingen. Krijgt het dier een volledige UV-bestraling met samengaande stijging van de vit D3-synthese vooraleer het geïmmuniseerd (men begrijpe ziek gemaakt) wordt, dan worden de ziekteverschijnselen voorkomen. Een soortgelijk effect kon zelfs verkregen worden door het dier een kalkarm dieet te geven; vermoedelijk komt dit doordat dan als reactie de vit D-spiegels stijgen.
Bij dieren waar het vit D-effect niet in staat bleek om de ziekte te voorkomen, was het verloop van de ziekte toch minder hevig en de dieren overleefden langer. Deze resultaten zijn wel bemoedigend, maar lang niet meer nieuw en het effect bij de mens is een stuk moeilijker aan te tonen.

Tot slot

complementair-100811-tijdschrift-MS-linkMoeten we vit D nemen om MS te genezen? Het antwoord lijkt momenteel: nee.
Kunnen we door vit D-supplementen het ontstaan of zelfs het ogenblik van het ontstaan van de aandoening bij de mens voorkomen of vertragen? Dit is momenteel onzeker, vereist meer onderzoek en waarschijnlijk zal het hooguit een onderdeel van het totale probleem vormen.

Moeten we vit D nemen om de evolutie te beïnvloeden? Ook dat is onzeker. Bij een normaal vit D-gehalte is er weinig of geen bijkomend effect te verwachten, maar waarschijnlijk heeft in onze gebieden zowat de helft van de bevolking in het voorjaar een tekort. Zodoende is het in elk geval gewenst te zorgen voor een goed vit D-gehalte.

Op een gezonde wijze zonnen, is zeker aan te raden, voor weinig mobiele PmMS is alleen al voor de status van het beendergestel een systematisch supplement gewenst, maar allicht doen we er met zijn allen goed aan een vit D-bevattend polyvitaminepreparaat te gebruiken, al is het slechts periodisch. Vergeten we ook niet dat een aantal medicamenten, zoals ondermeer anti-epilepsieproducten, een ongunstige invloed op de stofwisseling kunnen hebben en een supplement vit D vereisen.

* Met toestemming overgenomen uit MS-Link (2010); jg. 2, nr. 2 (zie afbeelding).
Een driemaandelijkese uitgave van de vzw MS-Liga Vlaanderen

Back To Top