Stamceltransplantatie (aHSCT) effectiever dan Lemtrada in behandeling RRMS

Autologe hematopoietische stamceltransplantatie ( aHSCT ) is effectiever dan Lemtrada (alemtuzumab) bij het bereiken van de status van ‘geen bewijs van ziekteactiviteit ( NEDA )’. AHSCT blijkt ook effectiever in het voorkomen van recidive bij mensen met relapsing-remitting multiple sclerose (RRMS). Dit wordt gerapporteerd in een real-life studie in Zweden. Ongewenste bijwerkingen komen in de eerste drie maanden vaker voor bij aHSCT. Bijwerkingen op lange termijn komen twee keer zo vaak voor bij Lemtrada.

Door: Marta Figueiredo

Stamceltransplantatie Effectiever dan LemtradaVolgens de bevindingen in deze studie hebben RRMS-patiënten die bereid zijn de bijwerkingen te accepteren meer baat bij een eenmalige aHSCT-behandeling. Bijwerkingen betreffen vooral die op korte termijn. De onderzoekers concluderen dat de meer conventionele aanpak van Lemtrada minder effectief is

Gegevens uit eerder klinisch onderzoek suggereren dat aHSCT een effectievere aanpak is bij mensen met (red. de zeer agressieve vorm van) RRMS, dan reeds goedgekeurde ziektebeloop beïnvloedende therapieën (DMT’s). Deze onderzoeken omvatten vaak niet-recente DMT’s met hoge werkzaamheid. Recentere medicijnen als Lemtrada en Ocrevus (ocrelizumab) zijn tot nu toe nog niet vergeleken met aHSCT.

Vergelijking

Onderzoekers van de Universiteit van Uppsala en het Instituut voor Neurowetenschappen en Fysiologie in Zweden hebben nu de veiligheid en effectiviteit van aHSCT en Lemtrada bij mensen met actieve RRMS in een ‘real-life setting’ met elkaar vergeleken. “Hoewel sommige zorgen over de veiligheid het gebruik van Lemtrada hebben beperkt, wordt het nog steeds beschouwd als een van de meest effectieve DMT ‘s die momenteel beschikbaar is voor de behandeling van RRMS,” schrijven zij.

Het team analyseerde achteraf de klinische gegevens van 144 RRMS-patiënten die worden behandeld met aHSCT (69 patiënten), of die worden behandeld met Lemtrada (75 patiënten). Dit vergelijkende onderzoek vond plaats van 1 januari 2011 tot 31 december 2018. In twee grote MS-centra met behulp van het Zweedse MS Register (SMSreg).

Onderzoeksopzet

In het onderzoek werden patiënten met aHSCT behandeld, met een conditioneringsschema van de chemotherapie cyclofosfamide (Cytoxan) en een immuno-suppressivum om afstoting van de transplantatie te voorkomen. Lemtrada (60 mg) werd na een jaar gedurende vijf opeenvolgende dagen, rechtstreeks in de bloedbaan toegediend, samen met 1000mg Solu-Medrol (methylprednisolon) gedurende de eerste drie dagen. Een andere dosis Lemtrada (36 mg) werd na een jaar gedurende drie dagen gegeven, en daarna weer naar behoefte.

De gemiddelde leeftijd van de patiënten was tussen 30 en 35 jaar, met allemaal gemiddeld zes tot zeven jaar MS. Tijdens de follow-up schakelden 11 patiënten (7,6%), ongeacht de behandelgroep, over op een andere DMT dan Lemtrada. Drie met Lemtrada behandelde patiënten (4%) schakelden over op aHSCT.

Het belangrijkste doel van de studie is het beoordelen van het aandeel patiënten met ‘geen bewijs van ziekteactiviteit ( NEDA ) ‘.  De NEDA-status wordt gedefinieerd door de afwezigheid van schubs, de afwezigheid van nieuwe of vergrootte hersenletsels (MRI-events), drie jaar na het begin van de behandeling.

Secundair worden jaarlijkse terugvalcijfers, en het aandeel patiënten zonder MRI-evenementen, klinische terugvallen of bevestigde verergering van invaliditeit gemeten. Dit wordt dan weer vergeleken met het aantal patiënten dat ziektedaling, stabiliteit of verergering laat zien. Gemeten aan de hand van de uitgebreide invaliditeitsstatusschaal ( EDSS ). Het team meet ook de frequentie van bijwerkingen tijdens de eerste drie maanden (vroege bijwerkingen) en daarna (late bijwerkingen).

AHSCT effectiever dan Lemtrada

NEDA werd door meer dan twee keer zoveel met aHSCT behandelde patiënten bereikt dan door degenen die Lemtrada krijgen (88% vs. 37%). Vergeleken met Lemtrada gaf aHSCT ook een significant lagere jaarlijkse terugval (0.04 vs. 0.1 in de Lemtrada groep). Een groter deel van de patiënten bleef vrij van MRI voorvallen (93% vs. 55%), schubs (93% vs. 70%), of een bevestigde invaliditeitsgroei (97% vs. 82%).

Significant meer patiënten die aHSCT kregen, lieten een verminderde ziekteactiviteit (57% vs. 45%) zien. Verder vertoonde een significant lager percentage een verergering van de ziekte (1% vs. 12%). Dit is in het onderzoek vergeleken met de patiënten die Lemtrada kregen toegediend.

Bijwerkingen

In de eerste drie maanden van de behandeling deden zich alleen ernstige of levensbedreigende bijwerkingen voor bij de patiënten die met aHSCT werden behandeld (70% van deze mensen). Maar na die eerste periode kwamen bijwerkingen ongeveer twee keer zo vaak voor in de Lemtrada groep. “Vroegtijdige toxiciteit na aHSCT kwam in verwachte mate voor. Deze was behandelbaar met standaard medische zorg,” schreven de onderzoekers.

De meest voorkomende langdurige bijwerking was de auto-immuun schildklierziekte, die bij 46% van de met Lemtrada behandelde patiënten en bij 21% van de met aHSCT behandelde patiënten drie jaar na de start van de behandeling voorkwam. Er deden zich geen levensbedreigende bijwerkingen, of sterfgevallen op lange termijn voor.

Concluderend

“De huidige studie is aanvullend aan het bestaande bewijs voor de effectiviteit en veiligheid van aHSCT en suggereert dat de behandeling met stamceltransplantatie effectiever dan Lemtrada is in ziektebestrijding,” schreef het team. Toegevoegd wordt nog dat er klinische studies nodig zijn om deze bevindingen te bevestigen.

Tot die tijd “zijn patiënten die bereid zijn om de voorspelbare bijwerkingen van aHSCT en het verhoogde risico op kortstondige bijwerkingen in een eenmalige procedure te accepteren misschien beter af met aHSCT.  Patiënten die de voorkeur geven aan een gemakkelijkere behandeling, in een poliklinische setting, zijn waarschijnlijk beter af met Lemtrada”, concluderen de onderzoekers.

De studie “Autologe hematopoietische stamceltransplantatie in vergelijking met alemtuzumab voor relapsing-remitting multiple sclerose: een observationele studie” werd 25 oktober 2020 gepubliceerd in het Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry.

Bron: Multiple Sclerose News Today

 

 

Misschien vind je deze berichten ook interessant…

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *