Richtlijn MS-werkgroep voor anti-COVID-19-infuus

De landelijke MS-werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) heeft een richtlijn geformuleerd voor toepassing van het nieuwe anti-COVID-19-infuus Ronapreve® bij mensen met MS. Zo blijkt uit de december-bijstelling van alle behandeladviezen van de MS-werkgroep in verband met het coronavirus.

Richtlijn MS-werkgroep voor anti-COVID-19-infuusGeconstateerd was al dat Ronapreve (werkzame stoffen casirivimab en imdevimab) vooral geschikt kan zijn voor mensen met MS die zogeheten immunosuppressiva gebruiken. Zie: actueel/nieuws/nieuw-covid-19-medicijn/.

De MS-werkgroep geeft nu de 140 aangesloten neurologen, samengevat, het volgende advies:

  • Het lijkt verstandig erop te wijzen dat iemand baat kan hebben bij Ronapreve en wel als het gaat om
  • een MS-patiënt met aangetoonde, kort bestaande COVID-19-infectie,
  • die tijdens of kort daarvoor onvoldoende antistoffen daartegen heeft, bijvoorbeeld door andere medicatie,
  • in het bijzonder Ocrevus® (ocrelizumab), Mayzent ® (siponimod), Zeposia® (ozanimod), Gilenya® (fingolimod).en Ponvory® (ponesimod).

Zeker als het gaat om iemand die minimaal nog een bijkomende risicofactor heeft voor een slecht beloop van COVID-19, zoals overgewicht, hart- of longziekten enzovoort. Want als dit niet geval is “kan een afwachtend beleid overwogen worden”, zo stelt de MS-werkgroep. Dit mede omdat er op korte termijn schaarste aan Ronapreve kan ontstaan en dat daarom “vooralsnog gepaste terughoudendheid in het voortschrijven verstandig lijkt”. Maar ook omdat het ziektebeloop van COVID-19 bij andere MS-patiënten als regel gunstig blijkt.

Overigens is de verwachting dat waarschijnlijk voor mensen die ocrelizumab krijgen eerder een indicatie ontstaat voor behandeling met Ronapreve dan voor mensen die een van de andere middelen gebruiken.

Bronnen: MS-werkgroep NVN; MSweb

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *