skip to Main Content
Save The Best For Last

Save the best for last

Blog Quinten van Geest:

Het jaar 2014 was kort samengevat enerverend. De pieken en dalen wisselden zich in rap tempo af. Zo startte officieel mijn promotietraject, kocht ik een appartement, maar verloor ik ook een dierbare vriend. Gelukkig sloten we het jaar goed af; de maand december stond vooral in het teken van positieve gebeurtenissen.

mszien-140530-criteria-ms-centra1Vanaf het begin van 2014 zijn we bezig met het starten van een aantal nieuwe studies. Voordat een wetenschappelijke studie daadwerkelijk van start mag gaan (lees: metingen verrichten bij proefpersonen), moet deze eerst goedgekeurd worden door twee instanties: de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek (CWO) en de Medische Ethische commissie (METc).

De CWO beoordeelt de inhoudelijke kant van het onderzoek. Is de onderzoeksvraag helder geformuleerd? Kan de opzet van het onderzoek deze onderzoeksvraag ook goed beantwoorden? Wat voor statistische analyses worden er uitgevoerd? Kortom: de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek wordt nauwgezet bestudeerd door deze commissie. In ons geval waren een aantal zaken niet helemaal helder voor de commissie, wat inhield dat de opzet van het onderzoek hier en daar uitgebreider moest worden beschreven. Na een aantal e-mails tussen ons en de CWO werd het onderzoek goedgekeurd.

De tweede instantie, de METc, beoordeelt vervolgens de medische ethische kant van het onderzoek. Dit betekent dat deze commissie het wetenschappelijk belang afweegt tegen de belasting en het risico voor proefpersonen. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar hoe vaak een proefpersoon naar VUmc moet komen, of de metingen die verricht worden niet te lang duren, maar ook of brieven die verstuurd worden naar proefpersonen begrijpelijk geschreven zijn.

Deze commissie waarborgt dus de rechten, veiligheid en het welzijn van proefpersonen.

Halverwege december ontvingen we van de METc de goedkeuring om te starten met twee studies die we hadden ingediend. Dit heeft langer geduurd dan normaal, omdat één van de studies (mijn hoofdproject) relatief ingewikkeld is.

Ik ga namelijk onderzoek doen naar het effect van een medicijn op hersenenveranderingen en cognitie. In eerste instantie lijkt het dus een zogenaamde medicijnenstudie, waarbij de METc altijd kritischer kijkt naar de medische ethische aspecten vergeleken met een niet-medicijnenstudie.

Echter, de patiënten die gaan deelnemen aan mijn onderzoek krijgen dit specifieke middel voorgeschreven in het kader van de MS-zorg. De beslissing om het middel te gebruiken, wordt genomen door de behandelend neuroloog in overleg met de patiënt.

Daarnaast betreft het een medicijn dat al uitgebreid onderzocht is en waarvan (bijna) alle bijwerkingen al bekend zijn. Ik ga vervolgens de effecten van dit medicijn (en andere standaard MS-medicijnen) meten in hersenen en ben helemaal niet betrokken bij het geven van het medicijn.

Wanneer een onderzoeker bepaalt of iemand wel/niet een bepaald medicijn krijgt (wat mogelijk ook nog niet uitgebreid getest is) is de beoordeling vanuit de METc veel strenger omdat de gevolgen voor de patiënt dan onzekerder zijn. Dit maakt het beoordelen ingewikkeld voor zowel de CWO als METc. Gelukkig was het op een gegeven moment duidelijk: dit was toch geen medicijnstudie maar een cohortstudie (het volgen van patiënten), dus halverwege december kregen we groen licht. Een eerste stap naar daadwerkelijke dataverzameling was gezet! Dat was dan ook een erg mooi moment.

Een nóg mooier moment was het bericht van Multiple Sclerosis Journal dat mijn eerste wetenschappelijke artikel, dat ik samen met collega’s Hanneke Hulst, Menno Schoonheim en Jeroen Geurts heb geschreven, geaccepteerd was voor publicatie! Het is mooi om te zien dat dit belangrijke nieuws gedeeld wordt met de wereld. Immers, veel mensen met en zonder MS hebben vrijwillig deelgenomen aan dit onderzoek om de wetenschap vooruit te helpen. En dat is nu gebeurd. Daarnaast is het natuurlijk leuk dat mijn naam straks opduikt in de zoekresultaten van Pubmed (een database met alle wetenschappelijke artikelen). Het geeft een goede stimulans om nog veel meer artikelen te schrijven in de komende jaren en het MS onderzoeksveld verder te verreiken met de nodige kennis!

Nu is het jaar 2015 aangebroken; iets waar ik lang naar heb uitgekeken. Hopelijk zet de climax van december 2014 door en wordt 2015 het jaar waarin ik de eerste stappen ga zetten naar het behandelen van cognitieve problemen bij mensen met MS!

Quinten van Geest, januari 2015

Back To Top