Ik schrijf in januari meestal een somber stukje. De glans van de feestdagen is voorbij, de dagen lengen nog nauwelijks en druilerig weer geeft me huisarrest. 

blog MarjaDe kranten melden als vanouds weer nieuwe oorlogen, met nog afgrijselijker beelden dan die van vorig jaar. Die zeker weer fotografieprijzen zullen winnen. Een oversekste egomaniak aan de overkant van de oceaan bepaalt dag na dag de opening van het journaal. De ijskappen smelten terwijl in mediterrane landen vluchtelingenkinderen bivakkeren in zomertentjes die onder de sneeuw bezwijken.

En dan heb ik het nog niet gehad over de kapotte stuw in de Maas bij Grave, waardoor het Maas Waalkanaal een waterpeil heeft dat twee meter lager ligt dan normaal. Er kunnen geen schepen varen en het stinkt ook erg: dode vissen en vuilnis, vermoed ik. Waardoor ik, geursensitief als ik ben, nóg minder zin heb om mijn dagelijks wandelingetje te maken.

De komende natte, kille, sombere maanden zal ik last houden van lijf en leden, spieren en pezen en aanhechtingen, ogen en huid, hersenen en humeur. Dat is een wet van Meden en Perzen: winterdip. Bed arrest. Thermo-ondergoed. Kruiken met heet water op schoot.

Zowel met de wereld als met mij gaat het moeizaam. Ik zette me dus zuchtend aan tafel om weer een jammerstukje te produceren, een sfeerimpressie te schetsen van de huidige staat van droefenis.
Maar! (En hier is een uitroepteken gerechtvaardigd) Dat gaat deze keer niet lukken.

Ik trok de gordijnen open na een moeizame nacht. ’s Nachts lig ik altijd ingenieuze oplossingen te bedenken voor de pijnproblemen die me uit mijn slaap houden. Die oplossingen ben ik ’s morgens weer vergeten, of ze komen me te drastisch voor omdat het toch eigenlijk best meevalt, zucht en steun. Maar van het bedenken alleen al word ik moe.

Dus ik zet de radio aan (“I love my life” van Robbie Williams) en trek de gordijnen open en zie: tien centimeter sneeuw.

Dat doet bij mij altijd een euforisch gevoel ontwaken, sneeuw! Ik stuur berichtjes naar iedereen die ik ken in Zuid Spanje, Angola en Rotterdam, open een raam en pak een handvol van de vensterbank. Maak een sneeuwbal en laat die in de tuin ploffen, op een laag sneeuw. Kinderlijk, ik weet het, maar niets zal me weerhouden van de winter te genieten. Niet mijn leeftijd, niet de MS.

Vroeger, in mijn herinnering, waren het winters met weken kniehoge sneeuw. De kinderen uit de buurt bouwden met emmers aangestampte sneeuw een fort in de speeltuin, we waren vergroeid met onze slee. Die mocht zelfs mee naar school, nadat de vaders er onze namen met een gloeiende breipen hadden ingebrand – viltstiften bestonden nog niet.

Dat gevoel, de opwinding over een witte wereld met gedempte geluiden en eindeloze mogelijkheden tot spelen, ben ik niet kwijtgeraakt. Mijn wereld is kleiner, grimmiger, nu er een kwelduivel op mijn schouder zit die MS heet. Maar genieten kan ik nog steeds.

Dat brengt me in een andere januari-stemming. Zie de hyacinten eens opkomen! Dat belooft een diepblauwe opkikker in het hoekje bij de serre straks. Gelukkig is mijn scootmobiel net gerepareerd, nu kan ik de straat op, fietsers inhalen die angstig rond zwabberen. Eindelijk mijn skibroek weer aan.

Wat zal het kanaal er verstild bij liggen, zonder scheepvaartverkeer en dieseldampen. En na thuiskomst een oude lp op de platenspeler van Maria Bethania – die er op haar oude dag nog fantastisch uitziet, net zoals ik – en keihard meezingen: Sonho meu (mijn droom).

Zittend kan ik ook dromen en mee-swingen. Wat heb ik een fantastisch leven! “I love my life.”

Marja Morskieft

En hier wil ik later oud worden overigens:
Muziek: Maria Bethania: Sonho meu

Foto: Maxim Wermuth

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *