Column Marja Morskieft

Soms voel ik me een held. Ik sta zó vroeg op dat de nacht nog over de wijk heerst. Ga nu niet eens zitten suffen boven de krant en wachten tot mijn beenpijn afzakt, maar hijs me in de kleren.

En wát voor kleren! Marja trotseert de kou op weg naar het congres gelijk = Gelijk Thermo-ondergoed, skisokken, ribbroek én skibroek, muts, das, twee paar handschoenen, met wol gevoerde hoge schoenen waar ik de Himalaya mee zou kunnen beklimmen, ware het dat ik niet kan klimmen.

Ik kruip stijf als een matroesjka op mijn scootmobiel. Die start maar langzaam: door de vorst verliest de accu snel vermogen.

Niets mooier dan de rijp op de daken en op het zwerfvuil langs het grijsgroene grasveld aan het spoor. Ik ga op weg naar het congres Gelijk=Gelijk, het eerste nationale congres over de implementatie van het VN Verdrag Gelijke Rechten voor mensen met beperkingen. Ofwel: het gaat over erbij kunnen en mogen horen, over inclusie.

Het allerergste dat ik me voor kan stellen: door de vrieskou met een doodmoe lijf een eind rijden op een trage schootmobiel, naar een congres. Dat doe ik allemaal voor het goede doel. De ijzige kou verdrijft de duizelingen uit mijn hoofd. Ik zie hoe prachtig de wereld erbij ligt.

Een vriendin die ook geïnteresseerd is in de kwestie hoe gelijk we allemaal zijn – vanuit haar levenslange rolstoelervaring – hoort van de NS dat ze voorlopig niet mee kan: tot 11.00 uur heeft de assistentieverlening het te druk om haar rolstoel in de trein te helpen. Dat is meteen het punt: is gelijk echt gelijk?

Ik heb geluk: ik mag mee

Onderweg naar het NS station koel ik zo af dat het meteen de beenpijn verdooft. Die komt vannacht wraak nemen vrees ik. Zou koningin Máxima ook zo afzien bij congresbezoeken, pieker ik? Ze gaat voornamelijk naar warme landen, gezien haar luchtige jurkjes. Of duiken in een tropische zee.

In plaats van een eigen kapster – hoe denk je dat mijn haar eruitziet onder mijn muts? – en comfortabel vervoer heb ik een skipak en bevroren vingers. Sommigen zijn iets meer gelijk dan anderen.

Helden moeten grote volharding tonen. Dat merk ik vandaag op het congres. Veel sprekers die zich beroepshalve en met optimistisch idealisme bezighouden met het VN verdrag en onze gelijke rechten, hoorde ik vijftien jaar geleden al hetzelfde verkondigen. Ze geven zonder uitzondering aan dat de stand van zaken in Nederland op het gebied van inclusie belabberd is.

Op de schaal van buitensluiters scoort Nederland hoog. Apart onderwijs, afwijzende arbeidsmarkt, fysieke toegankelijkheid moet vaak bevochten worden. Een waardevol en actief leven leiden wordt vaak onmogelijk gemaakt door bezuinigingen.

Zo besloot de gemeente Utrecht aan elke zorgvrager, ongeacht de woonsituatie, fysieke toestand, leeftijd en  sociaal netwerk, slechts anderhalf uur huishoudelijke ondersteuning toe te kennen. Dat is een ochtend per twee weken. Alsof het niet extra veel tijd en moeite kost voor iemand – zeg een blinde rolstoeler van 40 met een drukke baan in het onderwijs – om alleen al op te staan, stoma’s te vervangen, zich aan te kleden en naar zijn werk te gaan (bestaand voorbeeld).

Normaal doen

Iedereen gelijk betekent in dit land dat je ‘normaal’ moet doen, net zo leven als de standaardburger die geen last bezorgt. Pas je niet in deze mal (wie wel?) dan is het je eigen pakkie-an. Ben jij de afwijking die moet betalen en ligt de verplichting je aan te passen bij jou.

Dat is geen inclusie. Inclusie betekent dat je kunt meedoen met jouw mogelijkheden en talenten en dat daarvoor voorwaarden worden geschapen door de samenleving. Door werkgevers. Door gemeentes. Dat begint maar langzaam door te druppelen tot de granieten hoofden van veel politici en beleidsmakers, ambtenaren en indicatiestellers. Uitzonderingen daargelaten.

Ik sprak met veel collega’s, met sommigen voerde ik 25 jaar geleden al actie over deze onderwerpen. Participatie, aangepast wonen, werk, mobiliteit. En waar stonden we nu? Onderaan een inclusieranglijst… We werden er mismoedig van.

Helden blijven nodig, was onze conclusie. Vermoeid hijs ik me in het skipak voor de terugreis. Here I come.

Marja Morskieft, december 2017

http://coalitievoorinclusie.nl/

Fotografie: Maxim Wermuth

Muziek: David Bowie Heroes

Dit bericht heeft 2 reacties

  1. Ik ben voor betere scootmobielen, die gewoon trappen kunnen lopen. Het is technisch geen groot probleem en de kosten ervan zijn een schijntje vergeleken bij al die aanpassingen aan gebouwen en vervoermiddelen. Ik heb de nodige ideeën op papier staan, wie helpt me bij de realisatie?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *