Sinds ik MS heb lever ik niet alleen op m’n lichaamsfuncties in. Ook op financieel gebied heb ik een flinke veer moeten laten. Als je – zoals ik ten tijde van de diagnose – in de bloei van je leven bent, ziet de financiële toekomst er ook nogal rooskleurig uit.

column-150518-mariette-bolide-tot-barrel (1)Begrijp me niet verkeerd, ik heb nog steeds een behoorlijk inkomen, mede dankzij mijn goede inkomen ten tijde van mijn ziekmelding. En daar ben ik ook dankbaar voor. Alleen: al met al zit ik netto nu op ruimschoots minder dan de helft van wat ik had kunnen verdienen als ik gezond was gebleven.

Na jaren er qua inkomen alleen maar op vooruit te zijn gegaan, moest ik ineens met veel minder rondkomen. Slik – dat was wennen! Ik zweer het je: je kunt financieel absoluut beter groeien dan inleveren.

Het heeft me best veel tijd gekost – zeg maar jaren – om daadwerkelijk de tering naar de nering te zetten. Voor mij is geld iets dat er gewoon is; en als het er niet is dan moet het er gewoon zijn. Kortom: ik was nogal makkelijk. Uit financieel oogpunt een rijkelijk desastreuze houding.

Dus er moest bezuinigd worden en stevig ook! Geen kleding of schoenen meer kopen in de volle collectie. Sterker nog: mijn verwaarloosde hobby – zelf kleding maken – werd onontbeerlijk in de strijd tegen de uitgaven. Want ja, ik houd nou eenmaal van leuke nieuwe dingen en zelfs de uitverkoop werd me te duur.

Een ander punt van zorg was m’n vervoer. Jarenlang heb ik rondgetuft in nieuwe middenklassers. Bolides die werden geleased door mijn werkgever. Eenmaal per twee jaar mocht ik een nieuwe auto uitzoeken en onder invloed van m’n groeiende senioriteit werden dat steeds luxere wagens. Verder werd de brandstof volledig vergoed, zowel in binnen- als buitenland. Ja, dames en heren, dat waren nog eens tijden. De 20% bijtelling was een schijntje vergeleken met de financiële voordelen van mijn arbeidscontract.

In mijn grenzeloze optimisme – ik was jong en waande me lichamelijk onverwoestbaar – zette ik geen cent opzij voor je-weet-maar-nooit-gevallen. Sterker nog: sparen voor later? Later is al lang begonnen! Ik leef nu!

Alleen: toen spatte de luchtbel uit elkaar. Dus nu rijd ik in een vijftien jaar oude diesel met grijs kenteken. Met invalidentarief om de wegenbelasting te drukken. Met butsen, krassen, een kapotte airco en regelmatig nare, ondefinieerbare knarsgeluiden tijdens het remmen. En onverwachte startproblemen.

Zoals tijdens onze laatste vakantie (waar ik inmiddels driftig het hele jaar voor SPAAR, hihi). Op een parkeerplaats langs de Duitse autosnelweg sloeg ons barrel af om niet meer te willen starten. Gelukkig stond de volgende morgen keurig een vervangende bolide voor ons hotel te wachten. Een zeer luxe middenklasser.

Toen ik daar instapte vroeg ik me wel even af onder welke stoepdeksel ik vandaan kwam. Wat een verschil met mijn eigen barrel! Inparkeercamera’s en stoelverwarming. Starten zonder sleutel, cruisecontrol met snelheidsbordenlezer, allerhande waarschuwingssignalen voor dooie hoeken en een Duitskletsende dame (Heidi) die ons op de Brenner wel tien keer waarschuwde voor de Mautstelle. Maar het mooiste was wel de sticker met maximale Geschwindigkeit: 220 km/h. Het werd een fijne rit…

Vreemd genoeg was ik toch blij toen ik thuis weer in mijn gerepareerde oude barrel met butsen en krassen kon stappen. Ik werd gestoord van Heidi die maar bleef doorkletsen, want de gebruiksaanwijzing was te lijvig om haar even snel de electronische mond te snoeren.

Verder is cruisecontrol met 180 km/h geen aanrader, tenzij de weg leeg is. Om nog maar te zwijgen van de brakke lucht van opgebakken spijkerbroek omdat de stoelverwarming op hol sloeg. Waarschijnlijk heb ik onvermoed in de wirwar van electronica op een verkeerd knopje gedrukt.

Het toeval heeft me weer even laten ruiken aan de luxepositie van een bovenmodaal inkomen. En ik kan eerlijk zeggen: natuurlijk is luxe fijn, maar ik laat liever nog tien financiële veren dan dat ik nog één lichaamsfunctie inlever. De toekomst is ongewis…

Mariëtte

Fotografie: Martin de Bouter