Kort na de MS-diagnose heb ik maar eens een oude hobby opgepakt. Een mens moet toch van de straat blijven nietwaar? De hobby is niet, zoals de titel wellicht doet vermoeden, flirten met gorilla’s in gevangenschap. Flirten met vrij loslopende gorilla’s doe ik eigenlijk ook niet, maar dat terzijde. Nee, mijn hobby is er één van nostalgie en huisnijverheid: zelf kleding maken.

column_130311_mariette36Ik ben begonnen met een cursus Patroontekenen. Eigenlijk uit noodzaak geboren, aangezien in mijn confectiemaat vrijwel alleen nog hopeloze zakken en tenten te koop zijn. En in de zelfmaakmodebladen gaan ze ook vaak niet verder dan maatje 4. Verder vind ik heel veel ook niet leuk. Dertien in een dozijn is nog te mild uitgedrukt. Of veel te duur. Kansloos dus! Mijn creatieve en vooral hebberige brein vond het daarom een goed idee om de patroontouwtjes zelf in handen te nemen.

Maar ja, na zo’n cursus moet je er nog wel wat mee gaan doen! Dat is voor mij niet zo moeilijk. Ik ben namelijk nogal een lapjesfetisjist. Laat mij een uur los op de lapjesmarkt in Utrecht en ik kom – zogezegd – bedolven onder de lapjes weer thuis. Mijn lief had dit al snel door en onder het motto van zelfbescherming gaat hij steeds braaf met me mee. Overigens niet vaker dan eenmaal in de drie maanden. En dan krijg ik een maximaal budget toegekend. Hij gaat dan fotograferen en ik word zogezegd losgelaten. Arme jongen: weet je dan niet dat het internet ook vergeven is van de online-lapjesmarkten? Nou ja, dat is toch anders…

Om de uitdaging erin te houden kies ik elk jaar een ‘bijzonder project’. Vorig jaar was het een heel ingewikkelde tricot jurk met echte mouwen (die zijn moeilijk patroon te tekenen, zal ik je zeggen), zo gejat van de website van een peperduur modemerk. Het jaar daarvoor een couturejurkje voor een vriendin (“Nee hoor, is niet moeilijk. Het ziet er echt heel simpel uit op het plaatje!”). En het jaar daarvoor een kunstleren jurk (Wanneer trek je dàt nou aan? Nou niet, maar hij is wel leuk voor de ‘heb’). Dit jaar was het project: een lange winterjas. Want ook die zijn met mijn lengte- en omvangsmaten nauwelijks te scoren.

Het maken van kleding is voor mij ongeveer hetzelfde als werk. Ik ga eerst met mezelf brainstormen: hoe moet het er ongeveer uitzien, wat voor materiaal moet het wezen, heb ik daar de machine wel voor, als ik nu begin is dan de winter al niet lang en breed voorbij als ie af is, etcetera). Dan volgt een soort houtskooltekening (lees: het ontwerp). Dan het uitwerken in een patroon. Dan met met het vreselijkst denkbare, maar oh zo goedkope, lapje de moeilijkste onderdelen eerst apart uitproberen. Patroondelen aanpassen. vervolgens een proefmonster maken. En dan het moment suprème: de uiteindelijke uitwerking, afronding en evaluatie.

Voor mijn jas had ik een prachtige zwarte lammy (buitenkant suède-achtig, binnenkant langharig nepbont) gescoord. Het duurste ‘lapje’ ooit. Nou, zeg maar rustig lap: zes meter lammy van 1.40 m breed, circa 15 kilo zwaar. En daar moest ik uiteindelijk de schaar in zetten. Beste dames (en ook heren voor zover van toepassing): zet nooit thuis je schaar in 6 meter zwart langharig nepbont. Binnen tien minuten was de gehele woonkamer vergeven van de plukken haar. En erger nog, door het lopen en stofzuigen vlogen de haren door het hele huis. Tijdens het koken zat er haar op het snijplankje en in de pannen. Voor het tandenpoetsen was het raadzaam de tandenborstel eerst uit te schudden alvorens met tandpasta te bedekken. Ik vond zelfs haar terug in m’n ondergoed. Nepbonthaar dan…

Na tien dagen naaien, stofzuigen en nepbont spugen was ie klaar! Het resultaat mag er wezen: een indrukwekkende jas bijna tot op de grond, bestand tegen zeker min 30 graden C, met nepbonten kraag en mouwen. Toen ik hem aanhad wist ik het ineens: ik noem hem Bokito! Zie daar dan eindelijk de titelverklaring. Bokito is uitgebreid geëvalueerd door diverse vrienden, vriendinnen en familieleden. De uitkomsten van deze evaluatie zal ik in een rapport zetten en misschien te zijner tijd nog eens doorlezen ter lering ende vermaak. Ik vermoed dat ik het project niet ga herhalen.

Ik heb mijn lief namelijk plechtig moeten beloven dat ik nooit meer dit soort lappen naar binnen sleep. Heb hem nog wel voorzichtig gesuggereerd dat ik een nieuwe zomerjas nodig had. Maar ik ben bang dat hij me dan rigoureus op mijn budget gaat korten. Crisisconform, zeg maar. En wat koop ik daar dan nog voor? Dus moet ik dit jaar maar een ander project verzinnen. Misschien zo’n Moulin Rouge can-can-danspakje? Veren geven niet zo’n troep, toch?

Mariëtte

Fotografie: Martin de Bouter