Column Gitta Veraart

Ik heb het al zo vaak gezegd. Waarom schaffen we de zorg niet gewoon af? Dat is nog veel goedkoper. Dan zetten we een hek om een deel van het land. Ik pleit voor Limburg, maar daarover zouden we kunnen stemmen.

Door: Gitta Veraart*

En dan richten we dat hele gebied in voor iedereen die niet in staat is in z’n eigen levensonderhoud te voorzien. Wie ik daarmee bedoel? Nou gewoon, iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bejaarden, zieken, gehandicapten, verslaafden, psychiatrisch patiënten, daklozen, (ex)gedetineerden, mensen met een burn-out of depressie, vluchtelingen. Het hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn, als je maar één lijn trekt en de regels strak hanteert.

Wat zit je me nou aan te kijken? Ik zeg alleen maar wat iedereen allang denkt. We hebben lang genoeg geprobeerd om ze het gevoel te geven dat ze erbij horen. En wat heeft dat ons opgeleverd? Helemaal niets. Voel maar in m’n zakken. Die zijn leeg. Het geld is op. Opperdepop

Voor kinderen tot achttien jaar maken we een uitzondering. Nee, niet voor alle kinderen natuurlijk, alleen voor die kinderen die zich vanaf de geboorte gezond en normaal ontwikkelen. Een IQ test zo tegen het vierde jaar zou bij twijfel hierover uitsluitsel kunnen geven. Ik stel voor dat we de grens trekken bij een IQ van 80. Kijken we het eerste jaar hoe dat gaat, en kunnen we, als er toch nog kinderen uit de boot blijken te vallen, na de eerste tussenevaluatie beslissen of we er toch niet 100 van maken. Honderd is gemiddeld. Gemiddeld is normaal. En normaal is goed.

Hoe bedoel je, je buurmeisje? Wat is daarmee? Ach ja, dat is zielig zeg. Nee natuurlijk heb ik daar begrip voor, ik ben niet van steen. Alleen, er is in mijn plan geen ruimte voor individuele gevallen. Waar gehakt wordt vallen spaanders, dat is een eeuwenoud gezegde, uit de tijd dat deze mensen nog gewoon doodgingen bij de geboorte. Of later gaandeweg de rit, omdat ze het tempo niet konden bijhouden.

Het is niet altijd zo geweest hoor, zo luxe als het nu is. Vergis je niet. We hebben ze enorm verwend de laatste decennia. En zeg eerlijk, hebben ze er iets van geleerd? Zijn ze er iets zelfstandiger door geworden? Hebben ze ons wel eens iets teruggegeven? Of zelfs maar bedankt? Nee. En weet je waarom? Omdat ze het normaal zijn gaan vinden. Wat eerst een gunst was is nu ineens een recht. Zo gaat dat kennelijk.

Ik mag het niet zeggen, maar soms, soms heb ik zelfs de indruk dat ze het erom doen. Hoofd een beetje scheef, een onnozele blik in hun ogen en hup iedereen rent voor ze. Een therapietje hier, een dagopvang daar, een ‘ambulant begeleider’ die bij elke stap een sticker plakt en ‘wat knap van jou’ roept. Dat zou ik ook wel willen. Maar wie is er voor mij? Helemaal niemand. Soms zou ik willen dat ’k in een rolstoel zat. Maar goed.

Ik wil je vragen om het nog even stil te houden. Om dit plan te laten slagen is het van het grootste belang dat we geen argwaan wekken. Daarom moeten we er een paar jaar voor uittrekken. Onder het mom van ‘bezuinigingen’ schuiven we ze gewoon elk jaar een stukje op, naar beneden. We sluiten een paar jeugdgevangenissen, inloophuizen, verzorgingshuizen en scholen voor speciaal onderwijs.

We stoppen al die types in een tijdelijk sober onderkomen, liefst ver van hun vertrouwde omgeving en ver van elkaar. Als we ze daar dan over een paar jaar weer uithalen zal dat hoe dan ook een opluchting voor ze zijn, en zullen ze zich eerder verzoenen met hun nieuwe kleurrijke leefomgeving. Grote tafels met vlaaien erop om ze te verwelkomen. Ballonnen. Op die manier blijft het protest uit. Het is immers lastig protesteren als je niet weet waartegen toch? Haha!

Ik wist wel dat je het een goed idee zou vinden. Daarom heb ik jou ook in vertrouwen genomen. Jij bent niet zo sentimenteel. Echt sommige mensen… Laatst nog sprak ik een moeder van een kind met autisme en een angststoornis. Ze was in tranen. En waarom? Omdat haar kind voor de tweede keer slachtoffer werd van de bezuinigingen. Hij had vorig jaar acht maanden thuis gezeten en had uiteindelijk een nieuwe school gevonden. Net op het moment dat hij daar z’n draai gevonden moest ie weer verkassen.

Ze vertelde dat ze daar toevallig net op tijd was achter gekomen, omdat niemand de moeite genomen had haar van die plannen op de hoogte te stellen. Geen brief, geen gesprek, geen ouderavond, niks. Hemel en aarde heeft ze bewogen om erachter te komen wat ze met haar kind van plan waren. Toen ze dat eindelijk zo’n beetje wist heeft ze alles in het werk gesteld om op de valreep, in de laatste week voor de schoolvakantie, een nieuwe plek te vinden waar hij wél welkom is.

Dat is haar gelukt. Maar is ze blij denk je? Nee. Het enige wat ze doet is jammeren, mopperen en klagen. Ik zal het nooit tegen haar zeggen, maar ik denk dat ze straks opgelucht ademhaalt als haar kind lekker tussen z’n soortgenoten in Limburg in een tent vlaaien zit te eten. Kan zij eindelijk weer eens naar de kapper, iets fatsoenlijks aantrekken en zich nuttig maken voor de maatschappij. Je zal zien hoe ze daarvan opknapt.

Gitta Veraart, juli 2014

* Deze keer een column van Gitta Veraart, de dochter van Chris Veraart. Zij schreef deze ‘cri de coeur’ . Het stuk is ook heel herkenbaar voor mensen met MS.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *