René van der Heijden

Haaien worden meestal als vraatzuchtige wezens gezien. Maar Virginie Terhell, de hoofdpersoon uit de roman Haaiensafari, verkiest ze boven haar familie. Haaiensafari is het confronterende debuut van René van der Heijden. Het boek gaat over hoe een familie de jongste dochter, die MS heeft, behandelt. Van der Heijden, journalist, schreef een sleutelroman: hij maakte wat hij beschrijft van nabij mee en verbaasde zich mateloos.  

Recensie: Marja Morskieft
c75mszien0307haaiensafaricartoon

Haaiensafari is de eerste roman van René van der Heijden (1964), werkzaam bij het NOS Journaal. Het is een roman over een jonge vrouw, Virginie Terhell, die gefascineerd is door haaien. Ze is ernstig ziek. Voor de lezer is het niet moeilijk in deze aandoening MS te herkennen. Haar vader, broer en zus ervaren haar als een last: ze bedreigt hun egocentrisch streven naar geld en geluk. Een familiedrama dat aan de Deense Dogmafilm Festen doet denken: langzaam ontdek je dat onder de schijn van een gelukkig burgerlijk gezin een beerput van schokkende gebeurtenissen en zieke relaties schuilgaat.

Tussen droom en werkelijkheid

De auteur speelt met de beelden van haaien en even roofzuchtige familieleden, het verhaal laveert tussen droom en werkelijkheid. Virginie, door haar toenemende beperkingen steeds meer afhankelijk van haar valse familie, droomt weg in haar eigen wereld, waarin ze samen met de haaien in de oceaan rond de eilanden van de Bismarck-archipel zwemt. Het is het enige wapen dat ze heeft tegen de ontkenning, de uitsluiting en de ten hemel schreiende onverschilligheid die haar familie tegenover haar ten toon spreidt. Temidden van de haaien waant Virginie zich in het paradijs, ze voelt er zich volkomen thuis, meer dan bij haar familie aan wie ze eigenlijk niets heeft.

Zelf is ze overigens ook niet zo’n prettig persoon, ze bekijkt de wereld en haar medemens cynisch. “De personen komen allemaal uit één familie. Hebben dus allemaal dezelfde achtergrond van materialisme. Dezelfde onhartelijke basis.” zegt van der Heijden. Om daaraan toe te voegen: “Natuurlijk word je cynisch als je als jonge dertiger, totaal hulpbehoevend, in een rolstoel terechtkomt; door het verlies van je toekomst, door je beperkte mogelijkheden, door je mislukte verzet, door het verraad dat je voelt. En doordat je niet weet wat hier nu weer op volgt.”

Van der Heijden begon zijn boek te schrijven vanuit woede, maar vooral uit verbazing omdat hij een dergelijk gezin van nabij meemaakte. Een jeugdvriendin van hem, die hij al jaren samen met professionele zorgverleners en vriendinnen verzorgt, werd door haar familie in de steek gelaten. “Ik verbaasde me erover dat ziek zijn door de gezonde naasten soms als grotere last ervaren wordt dan door de zieke zelf. En dat de familie iets heeft van: de zieke staat toch met de rug tegen de muur. En dat er werkelijk mensen bestaan die denken dat materialisme een goede basis voor geluk kan zijn.”

Taboe

Op het Forum van MSweb verschenen veel reacties op zijn boek. Reacties die getuigden van herkenning. Heeft hij daar een verklaring voor? René van der Heijden: “Ik denk dat het onderwerp familie en MS een beetje een taboe is. Familie wordt geacht onvoorwaardelijk te zijn maar dat is niet altijd zo.” Volgens René lijkt de Westerse samenleving niet goed om te kunnen gaan met ziekte en lijden. “We stoppen het weg en willen het ook niet weten.”

In een tv interview zei hij daarover: “Zorgen voor mensen waar iets mee is wordt als last ervaren en in conflict met de druk je eigen geluk te moeten najagen.” En tegenover mij voegt hij daaraan toe: “Zolang mogelijk genieten van de prettige dingen van het leven is al jaren het devies. En dan het liefst zoveel mogelijk, zo groot mogelijk en zo lang mogelijk. Al het andere stoppen we in tehuizen. En de gedachten daaraan in krochten van je hersenen waar je hopelijk tot aan je dood nooit meer komt. Daar is de maatschappij ook op ingericht. Van de wieg tot het graf verzekerd van inkomen, prettig genieten en dat allemaal op min of meer dezelfde manier. En ja, dan is er misschien een (heel) kleine kans dat je leven niet zo verloopt. En dan…ja dan eh…ben je dus ziek. En zieken, dat zijn andere mensen, niet gezond. Als ze helemaal niks meer zelf kunnen, zijn ze lastig. Dan draag je niet bij aan het geluk van de anderen.”

Bittere werkelijkheid

Niet geaccepteerd en gesteund worden door je familie als je ernstig ziek wordt is helaas een bittere werkelijkheid voor een aantal chronisch zieken. Niet iedereen kan ertegen zo uitdrukkelijk geconfronteerd te worden met de kwetsbaarheid van de mens, de pijn van het verlies. Vooral niet als zoiets zich in jouw directe omgeving afspeelt en je je realiseert dat het jou óók zou kunnen treffen. Dan krijg je reacties als wegkijken, negeren of zelfs beschuldigen: “Wees blij dat je geen gebroken been hebt zoals je buurmeisje”, “Wat vallen we in de prijzen, je broer heeft een ontstoken teennagel”, “Jij hebt ook altijd wat!”, zomaar een greep uit familiale ‘steunbetuigingen’.

Vaak denken mensen met ziekteproblemen dat zulke botte reacties henzelf aan te rekenen zijn omdat ze niet genoeg of niet duidelijk communiceerden. Dat je als mens met makke je familie teleurstelt. Je schiet in de verdediging als het weer eens niet zo goed gaat. Of je probeert ‘normaal’ mee te doen ten koste van jezelf. Blijkbaar is het vooral moeilijk voor ándere mensen om met ziekte en verval om te gaan. Mensen met MS hebben geen keus: zij móeten wel een manier vinden om er mee te leven. Omstanders kunnen kiezen: wegkijken of meelopen.
cabmszien0307haaiensafarikaft
Overigens is dit – gelukkig – geen algemeen beeld. Je ziet ook andere reacties: meeleven, vriendschap, trouw tot op het eind. Soms van familie, soms van omstanders van wie je het nooit verwacht had. Je kunt je immens rijk voelen door de vrienden die je onderweg, tijdens je chronische ziekte leert kennen. Mensen die met in alles met je meegaan, die honderd procent solidair zijn.

Boodschap

Van der Heijdens vriendin, wier ervaringen met haar familie aan de basis van Haaiensafari liggen, vindt het boek geweldig. “Alleen al het lachen dat ze erom gedaan heeft maakte het voor mij de moeite waard het te schrijven. Uiteraard herkende zij de meeste situaties. Ik heb haar het boek gedurende het schrijven voorgelezen. Lezen kan ze zelf niet meer,” zegt Van der Heijden. Van haar familie heeft hij nooit wat gehoord… zouden ze zich herkennen in de haaien?

Met Haaiensafari heeft van der Heijden een belangwekkend thema aangesneden. Op een manier zoals in een Nederlandse soap, makkelijk leesbaar, maar ook indringend, bitter, onontkoombaar. Je voelt soms de woede in de bijtende, strakke zinnen. Eerlijk gezegd werd ik er triest van. De auteur biedt geen ontsnapping; het gezin dat hij beschrijft is bot, onverschillig, egocentrisch, rot. Het is moeilijk om sympathie te voelen voor ook maar één van de personages. Daarom komt de boodschap des te harder aan. Als het Van der Heijdens bedoeling was om een discussie los te maken over de vraag ‘hoe gaan we met onze naasten om als ze ernstig ziek worden?’ is hem dat goed gelukt.

Haaiensafari (2007)
René van der Heijden
Prometheus, Amsterdam
ISBN 978 90 446 09332

MSzien, jaargang 2007, nummer 3 (Juni)